ZOO OF ZO

De wolf dat is een beroemd beest

Daar is veel van geschreven

Hij is vaak in ’t nieuws geweest

en weet veel te beleven

 

Zeven geitjes als gerecht

Roodkapje was het toetje

Maar zeg nou, is zo’n wolf zo slecht

Als je wolf bent, tja wat moet je?

 

Nee wolf, ik heb het niet op jou

jij hebt teveel geroken

en lust me veel te veel vlees rauw

leer jij maar eens prei koken.

Wasbeertje, wasbeertje

Altijd een heertje

keurig gewassen

je wordt ’t nooit zat

 

Wasbeertje, wasbeertje

ik wil wel een keertje

plonsen en plassen

met jou in ons bad.

 

Wasbeertje, wasbeertje

aardig meneertje

Ik zou blijven knuffelen

als ik je had.

______

De hele dag in ’t water

koppie onder

koppie boven

 

En kom je even later

koppie onder

koppie boven

 

Heel even af en toe

heeft hij wat variatie

en spert ie z’n mond ver open

voor een “slecht poetsen” demonstratie

 

Heel bedaard

koppie onder

koppie boven

 

dag Nijlpaard

koppie boven

koppie onder

Heb jij dat nou wel eens gezien

een lampje onder water

een lampje van een watt of tien

misschien zie ‘t eens later.

 

Wie kan dat daar toch allemaal

zonder elektriciteit

Dat is de lange sidderaal

Pas op dat hij niet bijt!

 

Hij heeft daar diep onder de zee

’t Licht allang bedacht

Hij won er nog geen prijzen mee

dat is waar hij nu op wacht.

Stel jij je nou eens voor

dat jij zo was geboren

bijvoorbeeld met de neus, van zo’n reuzige neushoorn.

 

Heb je ruzie met je vriend

dan prik je ‘m in z’n billen

Ik denk dat je hem in Amsterdam, nog wel zou horen gillen.

 

Of als je flinke honger had

tijdens een barbecue

Dan prik je fijn je hoorntje vol en nam een ijsje toe.

 

Als je dan op een feestje kwam

dat zomaar was begonnen

dan prikte je van pure nijd, een gat in de ballonnen.

 

Maar ach waarom zou je het doen

met zo’n neus rond gaan rennen

Of is ‘t alleen een kwestie van, gewoon eventjes wennen?

Ondersteboven aan een tak

Voel hij zich zeer op zijn gemak

Hij hangt daar dan ook zeer bedaard

En rustig vind die pa luiaard.

 

Alleen in de nacht, in de manenschijn

wil hij eventjes in aktie zijn

Verschalkt dan een muisje of een mug

Maar keert gauw ondersteboven weer terug.

Sssssst, maak hem nou niet wakker

Hou je nou maar stil

‘t Is die sluwe groene rakker

‘t Is die griezel-krokodil.

 

Zolang hij hier is, in ’t moeras

kan hij niet onder ‘t bed

‘k Wou dat dat altijd zo was

Maar IK slaap altijd “met”!

 

Mijn moeder zegt dat het onzin is

dat hij geen mensen wil

Hij lust alleen een maaltje vis

en zeker geen kinderbil.

Zulke hoge sprongen met een baby in je buik

Je zal maar blijven hangen

aan je bolle hapsnoet wangen

bij een boom of struik.

 

Ik zal je toch bekennen lieve spring-kangeroe

Liever dan door m’n moeder

Werd ik door jou rond gedragen

naar m’n bedje toe.

______

Ze rollen in ’t water

ze springen door een ring

ze klappen met hun vinnetjes

als ik een liedje zing.

 

Ze maken leuke kunstjes

trekken een bootje mee

maar ’t liefste zie ik hen toch

rond-dollen in de zee.

 

Dolfijne dolfijntjes

nooit eens saai verveelt

altijd even dolletjes

als ermee wordt gespeeld.!

______

Hier kan ik oversteken

dacht een kleine rode mier

Maar dat had hij slecht bekeken

want het was een zebra-dier.

 

Met mooi zwart-witte streepjes-pak

Stond hij daar wat te ruiken

Hij had aan ’t kleine miertje lak

en liet zich niet misbruiken.

 

Jij gaat maar mooi je weg weer terug

En verft maar op de weg

want dat gekriebel op m’n rug

daar kan ‘k mooi niet tegen zeg!

______

Ik zag een tijger in de zon

die liep wat heen en terug

en rennen dat die tijger kon

hij greep zijn maaltje vlug.

 

‘t Klinkt heel zielig, weet ik wel

maar ‘n tijger moet toch eten

’t Liefst wel niet een ander vel

maar hoe kan hij dat weten?

 

Hij heeft geen toetje zoals jij

’t is weinig wat hij eet

Hij kent geen sla of lof of prei

en is altijd op dieet.

______

Wie heeft het grootste ei

maar niet om op te eten

de struisvogel natuurlijk

hoe kon je dat vergeten?

 

Een vogel is ’t wel

En toch kan hij niet vliegen

Hij rent heel supersnel

en wat kan die vogel liegen!

 

Als hij dan jokkebrokt

met z’n grote snavelmond

ja, als hij weer eens jokt

gaat z’n koppie in de grond!

______

Wiegel waggel op het ijs

zijn huisje is een ijspaleis

altijd keurig in ’t net

sjouwt pinguin rond in sjiek jacquet.

 

Snaveltje geel opgepoetst

gaat hij van een berg geroetsjt

nooit hoeft zijn pak in de was

en nooit koopt hij een nieuwe jas.

______

Als ik nou iets vind kriebelen

zijn het de mieren wel

als ik ze eens zie wiebelen

heb ik al mierenvel.

 

Terwijl de miereneter kiest

Voor wriemel-mieren-hap

Ik snap niet dat hij nooit eens niest

Ik vind hem toch wel knap.

 

Misschien zei miereneter-moe

“Mieren eten, moet je”

En als zijn bordje niet leeg kwam

Dan kreeg hij ook geen toetje!

______

Sjokkend, zwoegend door ’t zand

Langzaam loopt de olifant

Hij is een prima muzikant

trompettert door ’t land.

 

Zijn slurf die bungelt onderaan

slurpt water om in bad te gaan

maar ziet hij jou toevallig staan

trek dan je zwembroek aan!

 

Hij spuit je lekker kliedernat

dan gaan jullie samen in het bad

Ik wou dat ik zo’n huisdier had

Maar wil jouw moeder dat?

______

Ik ben een leeuw

grom hier, grom daar

ik jaag mijn prooitje bij elkaar

en slaak een diepe geeuw.

 

Ik grom, ik grauw

en spring pardoes

want eigenlijk ben ik een poes

ik zeg alleen geen “miauw”

 

Ik ben vaak loom

Lig lekker lui

Ik heb een koninklijke bui

Want ik hoor op een troon.

______

 

Als jij mijn moeder had gehad

dan kreeg je op je kop

want spugen daar staat bij ons thuis

een flinke straf zeker op.

 

Lief lama-beest ik mag het niet

maar ‘k zou zo nu en dan,

alleen als m’n moeder ’t niet ziet

zien wie ’t verst komen kan.

______

 

 

 

Zeg lieve kameel nou moet je eens luisteren

ik wil wat in je oren fluisteren

Jij hebt twee bulten bovenaan

maar mijn mama heeft ze van voren staan.

 

Dan is er nog een klein verschil

misschien dat jij me dat uitleggen wil

bij jou zit er water in alletwee

maar mijn moeder bewaart er melk mee.

 

Nou moet je niet lachen, ik meen ’t heus

‘k kijk erg ernstig en serieus

al weet ik dan nog wel niet zoveel

mijn moeder lijkt wel op jou kameel.

______

Een ijsbeer zou ik willen zijn

de hele tijd winter dat lijkt me fijn.

 

Ik kan zo op het ijs gaan lopen

En ’t leukste van dat al

Ik hoef geen schaatsen te gaan kopen

waarmee ‘k steeds op m’n billen val.

 

Ik hoef geen honderduizend kleren

om me warm te houden aan

ik heb m’n eigen vel van beren

en kan maar zo de sneeuw in gaan.

 

Een ijsbeer zou ik willen zijn

De hele tijd winter dat lijkt me fijn

 

Een chinees die maakt er soep van

dat lijkt me een goed idee

haaien daar vind ik echt niks aan

laat die maar heel diep in de zee.

 

Ik ben voor die scherpe tanden

in die griez’lig grote bek

kiezen met die kartelranden

heel erg bang, vind je dat gek?

 

Nou ik wil jou wel zien zwemmen

naast zo’n enge mensenhaai

die je in z’n bek zou klemmen

mooi niet daar ’k daar pootje baai!

Giraffen met die lange nekken

zitten vol met moedervlekken

dat heeft hun moeder zelf gedaan

ik denk dat ze dat mooi vond staan.

 

Weet je waarom die nek zo lang is?

omdat ze eigenlijk heel bang is

vooral voor de muis, de mier, de worm

want daarvan schrikt ze echt enorm.

 

Maar met je kop hoog in een wolk

Merk je niets van dat kriebel volk

En over de toppen van de bomen

Ziet ze jouw ook vast aankomen.

______

j’ hebt van die fladder-gieren

dat vind ik vieze dieren

 

zij maken zich wel sterk

voor al het schoonmaak-werk

 

maar kunnen ze dan niet

zoals je bij ons ziet

 

met groene zeep gaan soppen

of met een bezem schrobben

 

en daarna met een hoog-druk-spuit

dat ziet er al veel fijner uit!

______

Mijn lievelingskleur is rose

Misschien ook die van jou?

dan weet je vast ik dat ik heel veel

van de flamingo hou!

 

Zo rose, zo zacht, zo knuffelig

staat aan de waterkant

z’n hals meestal gekronkeld

zo prachtig elegant.

 

Zo staat hij dan te wiebelen

Al op zijn ene been

Een kunstenaar in evenwicht

Dat kan hij als geen een!

______

 

Nou duurt ’t best wel even,

voordat IK wakker ben

want van dat vroege opstaan

ben ik al heus geen fan.

 

Maar moet je dan eens kijken,

bij die malle dromedaris

dat duurt wel even langer

voor hij met opstaan klaar is.

 

Heel moeilijk ligt hij op z’n zij,

en komt dan traag omhoog

en dan duurt het nog even

voordat hij z’n knietjes boog

 

Daar is zijn bult ja eentje maar,

en moet hij even hoesten

Zo komt ie eindelijk omhoog

en kan dan tanden poetsen.

_______

 

 

Loerende ogen

een snavel zo krom

‘k ga voor jou, adelaar

een heel straatje om.

 

Zo snel je kunt vliegen

Duik je dan omlaag

en pakt als een makkie

een muis in zijn kraag

 

Jouw ogen zijn scherper

Een bril hoef je niet

Maar vlieg maar fijn verder

Als j’ mij ooit eens ziet

______

Ik erop lijken?

hoe kom je erbij

Moet je goed kijken

Hij lijkt niet op mij!

 

We hebben wel voeten

en handen, een stel

maar op onze snoeten

zit heel ander vel!

 

Moet ik eten komen,

Mmmmm, noot en banaan

Dan klim ik in bomen

Zo achter hem aan!

 

Ik erop lijken?

Nee, nou wordt ie mooi

Moet je goed kijken

Of ik wel eens vlooi!

______

Wilde beer, grauw-grom beest

Waar je zoveel slechts van leest

Voor jou griezel ik het meest

Ben altijd bang geweest

 

Maar…………………

 

Teddybeer, kleine heer

Altijd zie ‘k je ergens weer

In mijn leesboek keer op keer

M’n liefste knuffelbeer.

 

Teddybeer, kindervrind

Altijd goed voor ieder kind

In het zand of in het grint

Of waar ik je maar vind.

 

Teddybeer, maak me blij

Ik ben nooit bang met jou erbij

In m’n bed onder ‘t sprei

De liefste, dat ben jij!

______

Lorre, koppiekrauw

Nee niet de kat maar ik miauw!

Lorre, koppiekrauw

Ik ben niet ik maar ik ben jou!

______

 

Geef een reactie