Omgaan met de computer

leerlijn ZML omgaan met media – computer

ZML Omgaan met media

 

 

Niveau 1

 

 

1.01 computer hanteren

 

 

1.01.1 Herkent een computer en bekijkt
afbeeldingen op een computer

 

 

 

 

 

Lesidee:

 

 

Doel: herkent
een computer

 

 

Beginsituatie:
Alle leerlingen hebben wel eens een computer gezien en in de woonomgeving staat
ook een computer.

 

 

Methode: Verzamel
plaatjes van computers. Laptops mag ook.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Visuele beperking -> laat het geluid van de computer horen als
je opstart. Laat de computer voelen. (kast,toetsenbord,muis etc.) Voor de meeste
kinderen is een computer bekend.

 

 

Â

 

 

Verzamel plaatjes van computers en laptops. Laat de
kinderen ze zelf zoeken.

 

 

 Je kunt ook een
computerplaatjes memory maken.

 

 

Maak een leuke SMARTBoardles met vortex image.

 

 

Sorteer oefening computer-laptop.

 

 

Computers van groot naar klein.

 

 

Zoek de verschillen.

 

 

Haal het plaatje die geen computer is eruit.

 

 

Â

 

 

Herkent een computer en bekijkt afbeeldingen op een
computer

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Doel: bekijkt
afbeeldingen op de computer

 

 

Beginsituatie:
de leerlingen gebruiken de computer niet actief

 

 

Methode: Start
google of een andere pagina op met plaatjes/afbeeldingen. Vraag de kinderen
waar hun interesse ligt.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
De kinderen kijken graag plaatjes

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Ga samen naar google en laat het kind opgeven wat hij
graag wil zien.

 

 

Kan dit niet zoek dan zijn favoriete huisdier,
popgroep, zanger, speelgoed, kleding etc.

 

 

Je kunt ook samen plaatjes zoeken over het thema
waarover je werkt.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 2

 

 

1.01 computer hanteren

 

 

1.01.1 Klikt op één grote knop om een beweging in gang te
zetten op het beeldscherm

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Doel: klikt op
één grote knop om een beweging in gang te zetten op het beeldscherm

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen hebben plaatjes en afbeeldingen bekeken en gezien dat de
leerkracht dit in gang zette. De leerling wil het zelf kunnen.

 

 

Methode: Eenknopsmuis.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Je hoeft niet de behendigheid te hebben van twee muisknoppen.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Ga naar www.flimpie.nl en laat de
leerling zijn favoriete filmpje aangeven. Zet de eenknopsmuis erop en laat
klikken.

 

 

Dit kan uiteraard ook op www.youtube.nl . Het gaat hier om de favoriete
popgroep/zanger(es)

 

 

Wat te denken van een digitale prentenboeken pinterest
http://pinterest.com/paulaprevoo/digitale-prentenboeken/

 

 

http://www.boohbah.tv/zone.html Is een leuk
eenvoudig eenknops spel

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 2

 

 

1.01 computer hanteren

 

 

1.01.2 Zet de computer aan en uit.

 

 

Â

 

 

(aan/uit teken = universeel)

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Doel: Zet de
computer aan en uit

 

 

Beginsituatie:
De kinderen zetten voorheen niet zelf de computer aan en uit. Ze zijn motorisch
in staat dit te doen.

 

 

Methode: Computer
en/of laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Motorische vaardigheden moeten aanwezig zijn.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Dit moet samen geoefend worden elke keer na een
activiteit op de computer

 

 

Leer het icoon van de aan/uit knop aan.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 2

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.3 Raakt met de hand een knop op het touchscreen aan.

 

 

Â

 

 

Â

Â


 

Â

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Lesidee:

 

 

Doel: Raakt
met de hand een knop op het touchscreen aan

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen herkennen een touchscreen

 

 

Methode: We
hanteren een verrijdbaar touchscreen of hebben een touchscreen monitor. Ipad
kan ook een goede optie zijn.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Motorische vaardigheden moeten toereikend zijn.

 

 

Â

 

 

Dit kan geoefend worden op de Iphone of Ipad. Zorg dat
er apps opstaan waar de kinderen wat mee kunnen.

 

 

Maar ook kan er natuurlijk gewerkt worden op het
verrijdbare SMARTBoard. Via een OpMaat icoon kunnen de kinderen zo een succes
ervaring opdoen door naar een leuke site gelinkt te worden waar ze op kunnen werken
(OpMaat)
http://opmaat-eduware.nl/

 

 

Zorg dat er een snelkoppeling naar bijvoorbeeld de
afbeeldingen van google staat.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 2

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.3 Klikt met de muis wanneer deze op de juiste plek
staat.

 

 

Â

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Doel: Klikt
met de muis wanneer deze op de juiste plek staat

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen hebben eerder gewerkt met de muis (traditioneel of eenknop) De
leerlingen weten dat je door een klik op de knop iets in beweging kan zetten.
De leerling hoeft niet zelf de muis te sturen

 

 

Methode: Computerspel,
youtube, filmpje, internetsite, muis (traditioneel of eenknop) en
computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
De leerling moet de beweging van klikken kunnen maken of anderszins
dit middels de visus doen.

 

 

Â

 

 

De muis moet op de goede plek gezet worden door de
begeleider.

 

 

Het kind mag aangeven wat de goede plek is.

 

 

Gebruik sites als afbeeldingen google www.google.nl en kies voor afbeeldingen of www.youtube.nl voor de favoriete muziek. Ook kan er
uiteraard gebruik gemaakt worden van de prentenboeken en filmpjes site.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 3

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.1 Stuurt de muis naar de gewenste plek op het beeldscherm
en klikt (oog- handcoördinatie)

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Doel: Stuurt
de muis naar de gewenste plek op het beeldscherm en klikt (oog-
handcoördinatie)

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen hebben eerder gewerkt met de muis (traditioneel of eenknop) De
leerlingen weten dat je door een klik op de knop iets in beweging kan zetten.
De leerling heeft al zelf middels het
drukken op de muis iets in beweging gezet.

 

 

Methode: Computerspel,
youtube, filmpje, internetsite, muis (traditioneel of eenknop) en
computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
De leerling moet de beweging van klikken kunnen maken of
anderszins dit middels de visus doen. De leerling moet in staat zijn de muis te
sturen. (vermeld hier of er een aangepaste muis nodig is)

 

 

Â

 

 

In plaats van de
muis kan men in speciale gevallen ook kiezen voor de joy stick.

 

 

Leuke spelletjes om
te oefenen zijn natuurlijk de memory spelen
http://www.minipret.nl/Memory-spelletjes.html of
geluiden klikken
http://www.ozeykids.nl/games/dierengeluiden/

 

 

Â

Â

 

 

Niveau 4

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.1 Sleept met de muis een plaatje naar de gewenste
plek op het beeldscherm

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Sleept
met de muis een plaatje naar de gewenste plek op het beeldscherm

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen weten dat je met de muis de cursor over het scherm kan bewegen
naar een plaatje toe.

 

 

Methode: Bureaublad
iconen, Word, SMARTBoardles, werkblad online

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
De leerling moet motorisch vaardig genoeg zijn de de knop van de
muis vast te houden en te slepen.

 

 

Â

 

 

Een leuke SMARTBoardles is nu onontbeerlijk. Maak met
de vormen knop ronde of vierkante vakjes.

 

 

Kopieer en plak plaatjes van bijv. boerderijdieren en
huisdieren (buiten-en binnenspeelgoed etc.) en laat de kinderen deze slepen
naar de vakken waar zij in horen.

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 4

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.2 Speelt eenvoudige spelletjes door te reageren op
bewegingen en aan te wijzen met de muis

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Speelt
eenvoudige spelletjes door te reageren op bewegingen en aan te wijzen met de
muis

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen kunnen sturen en klikken met de muis.

 

 

Methode: Educatieve
software, computerspel (online), spel via eenvoudige software yurl.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
De leerling moet de beweging van sturen en klikken kunnen maken
of anderszins dit middels de visus doen.

 

 

Leerlingen vinden spelletjes spelen leuk!

 

 

Leerlingen zijn enthousiast.

 

 

Â

 

 

Een mooie website
om dit te oefenen is
http://www.kleuterspel.be/2012/Â en
wat te denken van kiekuh boe
http://neurokids.nl/fileadmin/Clips/l_kiekuhboe.swf

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 5

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.1 Speelt eenvoudige spelletjes door te reageren met
pijl- en cijfertoetsen

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Speelt
eenvoudige spelletjes door te reageren met pijl- en cijfertoetsen

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen kennen het toetsenbord en weten waar de pijltjes- en cijfer
toetsen zich bevinden.Â

 

 

Methode: Computerspel
online.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerlingen moeten de
fijne motoriek enigszins beheersen. Leerlingen moeten de cijfers kennen.
Leerlingen moeten het detail verschil waarnemen (pijltjes links recht boven
onder)

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Een racespelletje: http://www.spelspels.com/spel/vakantie-rijden/ Een
vangspel:
http://www.spelspels.com/spel/kostbaarheden-te-vangen/ Voor jongens
en meisjes lego spelletjes:
http://www.minipret.nl/spel/Lego-Racer.html

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 6

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.1 Start zelfstandig een spel vanaf een icoon op de
desktop

 

 

Â

Â

 

 

Doel: Start
zelfstandig een spel vanaf een icoon op de desktop

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen herkennen iconen. Ze weten welk icoon bij welk spel hoort.

 

 

Methode: Snelkoppeling
van spelletje op bureaublad. Educatieve software iconen. Geinstallleerd spel op
de computer.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Leerlingen spelen graag spelletjes. De leerlingen weten
dat picto’s verwijzen.

 

 

Â

 

 

Aangezien wij geen spellen op de computer hebben
zullen we het hier moeten hebben van de educatieve software. Deze bevinden zich
niet op het bureaublad/desktop maar in het startmenu. Laat de leerling hier
kennismaken met de herkenbare icoontjes. En laat ze deze zelf aanklikken. Te
denken valt hierbij aan ambrasoft, kijken en kiezen etc.

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 6

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.2 Drukt op het kruisje om een venster te
sluiten/programma af te sluiten

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Drukt op
het kruisje om een venster te sluiten/programma af te sluiten

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen kunnen een programma/spel opstarten.

 

 

Methode: Willekeurig
programma/website op internet.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerlingen moeten
motorisch vaardig genoeg zijn de muis te sturen en in een beperkte ruimte te
klikken. (fijne motoriek)

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Dit doel wordt behaald door het te doen/oefenen.

 

 

Wanneer de leerling op de computer bezig is in
bijvoorbeeld Word of Paint maar dit kan ook zijn op internet wijs hem dan op
het kruisje rechts bovenin beeld. Laat hem hier op klikken en zien wat er dan
gebeurd.

 

 

Geef aan dat hij goed moet nadenken wanneer hij dit
doet want weg=weg.

 

 

Â

 

 

Â

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 6

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.3 Gebruikt de printer

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Gebruikt
de printer

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen zijn bekend met het fenomeen afdrukken.

 

 

Methode: Een
kleurplaat, word document, werkblad.

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerling moet in staat
zijn meerdere handelingen te verrichten.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Leuke plaatjes bij een thema, een werkstuk of
spreekbeurt of misschien zelfs bij een knutselopdracht willen leerlingen graag
afgedrukt zien. Dit geldt overigens ook voor kleurplaten. Wanneer de vraag komt
te mogen afdrukken kunt u de leerling stap voor stap laten zien wat hij moet
doen om iets af te drukken. Dit zal voor elke windows-apple versiecomputer,
weer anders zijn. Spreek bij meerdere printers af welke printer de leerling mag
gebruiken.

 

 

Ga naar bestand. Kies voor afdrukken, Selecteer de
printer (indien er 1 standaard printer is dan geldt dit niet). Kies eventueel
voor de optie ‘aantal’afdrkken. Klik op afdrukken. Laat de leerling zelf naar
de printer lopen om het eruit te halen. Hij weet zo uit welk vak zijn
uitgeprinte bladen komen. Veel leuk printwerk vind je op
http://www.kleurplaten.nl/index2.asp

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 7

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.1 Gebruikt letters van het toetsenbord om simpele
woorden in te vullen (naam)

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Gebruikt
letters van het toetsenbord om simpele woorden in te vullen (naam)

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen herkent het toetsenbord. De leerling (her)kent de letters.Â

 

 

Methode: Word,
kladblok

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 Motorische vaardigheden om
de toetsen in te drukken.

 

 

De leerling kent de hoofdletters niet (denk aan de
toetsenbordstickers )

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Er is niets leukers voor ouders dan een briefje van
hun kind te lezen op de schoolwebsite, klassensite, schoolkrant of gewoon in
het contactschrift. Het hoeven geen lange brieven of spreekbeurten te zijn, een
velletje na getypte woorden, de naam van het kind of gewoon een oefening met
‘abakadabra’ tekst is ook goed. Het gaat erom dat het kind ziet dat er iets
gebeurt als het de toetsen van het toetsenbord gebruikt.

 

 

Gekozen kan ook worden voor een clevy toetsenbord.
Deze heeft minder toetsen en bevat geen hoofdletters.

 

 

Natuurlijk zijn er ook toetsenbord letterstickers. Dit
zijn schrijfletters die over de toetsen geplakt kunnen worden. Vaak zijn deze
letters herkenbaarder dan gebruikelijke toetsenbord hoofdletters.

 

 

Â

 

 

Een klassennamen lijst door de leerlingen laten typen.

 

 

Een top 10 laten typen van favoriet eten, muziek,
hobby etc.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 7

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.2 Sluit de computer op de juiste wijze af

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Sluit de
computer op de juiste wijze af

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen is bekend met programma’s en vensters sluiten.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerling moet motorisch
vaardig zijn.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Dit doel wordt behaald door het te oefenen.

 

 

Telkens als een leerling met de computer heeft gewerkt
oefen je samen het afsluiten.

 

 

Startmenu – afsluiten

 

 

De leerling moet leren dat er geen knop uitgezet moet worden
(behalve die van de monitor)

 

 

In het begin zal er verwarring zijn omtrent het
afsluiten van programma’s/bestanden (kruisje aanklikken)

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 8

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.1 Doet een cd-rom en/of USB-stick op de juiste wijze
in de computer

 

 

Â

 

 

Â

Â


 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Doet een
cd-rom en/of USB-stick op de juiste wijze in de computer

 

 

Beginsituatie:
Weet wat een cd rom is en weet wat je ermee kan doen. (spelletje
opstarten/muziek luisteren/filmpje kijken) Weet waar een usb stick voor dient.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 Motorische vaardigheden

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niets leuker dan je favoriete muziek cd of film (dvd)
te bekijken.

 

 

Laat om de beurt iedere leerling 1x per week een
muziek cd of film (dvd) meebrengen om aan sde anderen te laten zien. Leer ze
ter plekke waar de cd/dvd in moet en hoe ze hem af laten spelen.

 

 

Â

 

 

Na de vakantie is het altijd leuk om je vakantiefoto’s
te laten zien. Wellicht zijn er ouders die deze op dvd gezet hebben. Maar dit
kan utieraard ook naar aanleiding van andere gelegenheden.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 8

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.2 Start zelfstandig een spel vanaf een cd-rom

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Start
zelfstandig een spel vanaf een cd-rom

 

 

Beginsituatie:
Weet hoe je een cdrom in de computer doet. Weet dat je een spel kan opstarten
via een icoon op je desktop.

 

 

Methode: computer/laptop,
cdrom

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 Motorische vaardigheden

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Op school mogen geen spellen geïnstalleerd worden.

 

 

Eventueel zou dit geoefend kunnen worden op een
standalone computer of laptop.

 

 

Kijk of de school een standalone laptop heeft waar je
gebruik van kan/mag maken.

 

 

Â

 

 

Laat vervolgens iedere leerling om de beurt 1x per
week/maand een spel meenemen die hij/zij samen met de klas op het SMARTBoard of
samen met een vriend(in) mag spelen.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 8

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.3 Tikt woorden in (bij educatieve spelletjes)

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Tikt
woorden in (bij educatieve spelletjes)

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen is bekend met programma’s en vensters sluiten.  De leerling kan woorden typen/lezen.

 

 

Methode: computer/laptop
, toetsenbord

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 Motorische vaardigheden

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Er zijn online spelen waar de leerling zijn/haar naam
kan invullen in een balkje.

 

 

Natuurlijk is er ook educatieve software waarbij dit
nodig is!

 

 

Laat de leerling zijn/haar naam intypen of na typen.

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Niveau 8

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.4 Weet waar te klikken bij bekende (kinder/zml)
pagina’s op het internet

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Weet
waar te klikken bij bekende (kinder/zml) pagina’s op het internet

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen is bekend met programma’s en vensters sluiten. De leerling krijgt
ZML sites aangeboden door de leerkracht.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerling moet motorisch
vaardig zijn.

 

 

Â

 

 

Onderstaand vind je sites waarbij dit geoefend kan
worden.

 

 

http://www.zml-spel.nl/

 

 

http://speciaalonderwijs.kennisnet.nl/lesmateriaal/biologie

 

 

http://opmaat-eduware.nl/

 

 

Â

 

 

Â

Â

 

 

Niveau 9

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 1 Gebruikt een tekstverwerkingsprogramma om korte
zinnen mee te schrijven

 

 

Â

 

 

 

 

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Gebruikt
een tekstverwerkingsprogramma om korte zinnen mee te schrijven

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen is bekend met programma’s en vensters sluiten. De leerling krijgt
ZML sites aangeboden door de leerkracht.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerling moet motorisch
vaardig zijn.

 

 

Â

 

 

We laten de leerling Word opstarten. (startmenu
microsoft of snelkoppeling)

 

 

De leerling schrijft een weekendverhaal, spreekbeurtje,
themaverhaal, verslagje over verjaardag of anders.

 

 

Leuk om op de website, klassensite te plaatsen of in
de schoolkrant te zetten.

 

 

Let op begrippen als spatie tussen de woorden
(spatiebalk) en enter na een zin (enter)

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Niveau 9

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 2 Vindt en opent een bestand op een bekende plek op
de harde schijf

 

 

Â

 

 

Â


 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Vindt en
opent een bestand op een bekende plek op de harde schijf

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen is bekend met programma’s en vensters sluiten. De leerling krijgt
ZML sites aangeboden door de leerkracht.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerling moet motorisch
vaardig zijn.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Dit is goed te oefenen wanneer de leerling
bijvoorbeeld een verslagje/verhaalÂ
geschreven hebben of paint werkstuk gemaakt hebben dat nog niet af en is
waar zij de volgende keer mee verder moeten. Laat ze naar het icoon ‘deze computer’ gaan en erop klikken. Of
bijvoorbeeld naar ‘mijn documenten’ en dan hun eigen map. Laat ze kijken waar
hun bestand staat en laat ze het zelf openen.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 9

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 3 Weet waar te klikken bij bekende internetpagina’s

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Weet
waar te klikken bij bekende internetpagina’s

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen is bekend met programma’s en vensters sluiten. De leerling krijgt
ZML sites aangeboden door de leerkracht.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
 De leerling moet motorisch
vaardig zijn.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Het beste is dit te oefenen op www.youtube.nl Hier kijken leerlingen vaak naar
favoriete muziek, bloopers of andere filmpjes. Leer ze de verschillende opties
van de website. Filmpje herhalen, pauzeren, filmpje kiezen, de keuzebalk etc.

 

 

Ga je naar hun favoriete spelletjessite, kijk dan
bijvoorbeeld welke categorieën er zijn, hoe ze het spel moeten
opstarten/herstarten etc.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 10

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.1 Start Windows programma’s op vanuit het startmenu

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Start
Windows programma’s op vanuit het startmenu

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen weten waar de het startmenu zich bevindt. Leerlingen moeten enige
kennis hebben van de iconen.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Bij windows horen programma’s als paint en bureau assecoires
/rekenmachine.

 

 

Laat ze het windows icoon vinden in het startmenu en
kijken wat daar te vinden is.

 

 

Een rekenmachine is leuk om cijfers in te toetsten of
echte sommetjes uit te laten rekenen zonder dat je het zelf hoeft te doen.
Paint is leuk om te tekenen.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 10

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.2 Komt op bekende internetadressen (mag ook via
favorieten)

 

 

Â

 

 

Â

Â


 

Â

 

 

Â

Â

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Komt op
bekende internetadressen (mag ook via favorieten)

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen weten hoe ze hun favorieten moeten opslaan. De leerlingen hebben
een voorkeur voor bepaalde internetsites.

 

 

Methode: computer/laptop,
internet

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Laat de leerling (op papier) een favorieten lijst
maken. Een top 3, 5 of 10.

 

 

(Deze kun je hem in de favorieten laten toevoegen.)

 

 

Laat hem zien hoe hij zijn favoriete sites vindt.
Intypen in de adresbalk of via favorieten.

 

 

Laat hem vertellen waarom deze sites favoriet zijn!

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 10

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.3 Vindt op een internetpagina zijn/haar weg door te
klikken op linken

 

 

Â

 

 


 

 

 

 

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Vindt op
een internetpagina zijn/haar weg door te klikken op linken

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen weten wat links zijn en wat je ermee kan bereiken. De leerlingen herkennen
reclame.

 

 

Methode: computer/laptop,
internet

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Gewezen wordt op anders gekleurde of onderstreepte
woorden. Tevens verschijnt er een handje op een plaatje als het plaatje een
link bevat.

 

 

Op de google website staan uiteraard alleen maar
links.

 

 

Heeft de leerling ook door dat er reclames op sites
staan die eveneens een link vormen?!

 

 

Â

 

 

Â

Niveau 10

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01.4 Slaat een bestand op

 

 

Â

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Slaat
een bestand op

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen willen gemaakte documenten (werkstukken, spreekbeurten,
documenten, plaatjes etc.) opslaan.

 

 

Methode: computer/laptop,
office

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Is een leerling klaar met een word of paint document
dan dient deze opgeslagen te worden. De opslaan functie vind je onder bestand
links boven in de hoek van het document.

 


    • Met de opdracht Opslaan sla je je bestand
      op.

Als je die opdracht voor de eerste keer geeft, vraagt het programma je om
het bestand een naam te geven.

Wanneer je later weer de opdracht Opslaan geeft, vraagt het programma niet
opnieuw om een naam. Het enige wat er gebeurt is dat de laatste versie van
je werk met dezelfde naam wordt opgeslagen.

Dat mag dan wel het enige zijn, het is niet onbelangrijk! Alles wat je
hebt opgeslagen ligt vast en raak je niet meer kwijt.


  • Met de opdracht Opslaan als vraagt het
    programma je elke keer om je bestand een naam te geven.
    Je hebt de mogelijkheid om gewoon dezelfde naam weer te kiezen, maar je
    kunt ook een andere naam kiezen.

    Je kunt je bestand bijvoorbeeld eerst Brief Ontwerp noemen en het in een latere versie de naam Brief Definitief geven.

    Je kunt ook een uitnodiging schrijven die je als Uitnodiging Algemeen opslaat. Vervolgens pas je de
    uitnodiging een beetje aan en dan kun je hem opslaan als Uitnodiging Familie


 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

Â

 

 

Niveau 11

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 1 Gebruikt een tekstverwerkingsprogramma om stukjes
tekst mee te schrijven

 

 

Â

 

 

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Gebruikt
een tekstverwerkingsprogramma om stukjes tekst mee te schrijven

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen gebruiken de computer om te schrijven. De kinderen kunnen lezen
en schrijven.

 

 

Methode: computer/laptop,
office, Word, kladblok

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Stukjes tekst kan je laten schrijven om bijvoorbeeld
onder plaatjes te zetten. Of uitleg te laten geven bij een activiteit of
opdracht.

 

 

Kijk op dit niveau ook eens naar: de tekst een andere
kleur geven, cursief, onderstreept, vet gedrukt.

 

 

 Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 11

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 2 Verstuurt e-mail naar familie of vrienden

 

 

Â

 

 

Â

 Â

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Verstuurt
e-mail naar familie of vrienden

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen weten dat je geschreven tekst kan verzenden. De kinderen weten
dat je contact via Email kan onderhouden.

 

 

Methode: computer/laptop, office, E-mail account

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

De leerling zal een eigen Email account moeten hebben
om dit doel te behalen. Misschien heeft de leerling dit al. Neem dan contact op
met de woonsituatie. Heeft een leerling geen Email account neem dan altijd
contact op met de woonsituatie en doe dit altijd in overleg met de
ouder/verzorger. Geef wachtwoorden e.d. altijd door aan de ouder/verzorger.

 

 

Â

 

 

Laar in eerste instantie de leerlingen onderling
elkaar een Email sturen

 

 

Â

 

 

Een Email naar de ouders/verzorgers, opa en oma of
andere familieleden is natuurlijk ook altijd leuk!

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Niveau 11

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 3 Vertelt dat hij/zij nooit zijn/haar eigen
naam/adres/telefoonnummer op internet mag gebruiken

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Vertelt
dat hij/zij nooit zijn/haar eigen naam/adres/telefoonnummer op internet mag
gebruiken

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen beseft niet dat internet openbaar is. De leerling beseft niet dat
anderen je gegevens kunnen gebruiken.

 

 

Methode: computer/laptop,
office

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Ga voor lessen over mediawijsheid naar http://mediawijsheid.yurls.net/nl/page/ , http://deonderwijsspecialisten-mediawijs.yurls.net/nl/page/Â , http://mediaspeciaalindeklas.yurls.net/nl/page/765566 Je vindt
hier veel lessen over veilig op internet.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 12

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 1 Zoekt met kernwoorden naar nieuwe websites
(google/startpagina)

 

 

Â

 

 

Â

 

 


 

 

 

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Zoekt
met kernwoorden naar nieuwe websites (google/startpagina)

 

 

Beginsituatie:
De leerlingen willen nieuwe dingen zoeken. De leerlingen kunnen schrijven of
naschrijven.

 

 

Methode: computer/laptop,
internet

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Dit doel heeft veel weg van hoofd van bijzaken
onderscheiden. Maak de leerling bewust van wat hij wil zoeken. Kernwoorden
geven aan wat hij precies wil weten.

 

 

Oefen dit op www.google.nl

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Niveau 12

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 2 Verstuurt berichten met een chatprogramma

 

 

Â

 

 

Â


 

                                                                         http://sociaalopstap.nl/verhalen/page/story/id/478/module/sociale-verhalen

 

 

                                                       Â
                                             (Les
hoe kan ik chatten)

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Verstuurt
berichten met een chatprogramma

 

 

Beginsituatie:
De leerling kent het begrip chatten. De leerling kent chatprogramma’s.

 

 

Methode: computer/laptop,
internet

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Er zijn diverse chatsites of zogenaamde chatboxes voor
kinderen. MSN is wel een van de bekendste.

 

 

In tegenstelling met Email gaat het hier om het
versturen van kortere berichten waar direct een weerwoord op komt.

 

 

Voor mensen met een verstandelijke beperking is ‘ik
praat’
http://www.ikpraat.nl/Pages/default.aspx een veilige
chatbox. ‘Ook jij’ is meer voor kinderen met een verstandelijke beperking
http://www.stichtingookjij.nl/pages/projecten/Interactief/Interactiefmain.htm

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 12

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 3 Kopieert bestanden door knippen en plakken of door
te slepen

 

 

Â

 

 

Â


 

 

 

 

Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Kopieert
bestanden door knippen en plakken of door te slepen

 

 

Beginsituatie:
De leerling kan bestanden opslaan. De leerling kent de begrippen
knippen/plakken/slepen. De leerling kan een plaatje slepen.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Maak leerling mappen aan. Laat ze het document opslaan
in ‘mijn documenten’ en vraag of ze het daarna in hun eigen map willen zetten.

 

 

Laat ze voor een klasgenoot iets maken en dat in de
map van de klasgenoot zetten.

 

 

Laat ze dit op beide manieren (knippen/plakken en
slepen) doen met verschillende documenten.

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 12

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 4 Gooit bestanden en mappen weg

 

 

Â

 

 

Â

Â


 

 Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Gooit
bestanden en mappen weg

 

 

Beginsituatie:
De leerling kent het icoon ‘prullenbak’. De leerling kan inschatten wanneer hij
iets niet meer nodig heeft.

 

 

Methode: computer/laptop.
‘Prullenbak’ icoon

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Een mooie ‘vóór iedere vakantie’ activiteit. Ruim op
wat je niet meer nodig hebt.

 

 

Selecteer het document.

 

 

Rechtermuisknop

 

 

Delete/verwijder

 

 

Weet u het zeker

 

 

OK

 

 

Â

 

 

Of selecteer en klik daarna op de delete toets.

 

 

Ook hierna weer bevestigen!

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Niveau 12

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 5 Geeft mappen en bestanden een andere naam

 

 

Â

 

 

 

 

 

 Â

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Geeft
mappen en bestanden een andere naam

 

 

Beginsituatie:
De leerling kan bij opslaan van documenten het bestand een naam geven.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Â

 

 

Toch niet zo’n goed idee dat je het die naam gaf? Weet
iedereen wel waar het nu over gaat?

 

 

Laat leerlingen een document opslaan onder een rare
zelf bedachte naam.

 

 

Laat ze het daarna veranderen (rename)

 

 

Of

 

 

Laat ze voor elkaar een naam bedenken en hierna
veranderen in een zelf gekozen naam.

 

 

Bestand/document selecteren

 

 

Rechtermuisknop

 

 

Rename

 

 

Â

 

 

 Â

 

 

Â

 

 

Niveau 12

 

 

1.01 Computer hanteren

 

 

1.01. 6 Vindt en opent een bestand op de hele harde
schijf

 

 

Â

 

 

Â

 

 

 

Lesidee:

 

 

Â

 

 

Doel: Vindt en
opent een bestand op de hele harde schijf

 

 

Beginsituatie:
De leerling kan zoeken. De leerling weet dat er zich op de harde schijf
meerdere mappen bevinden.

 

 

Methode: computer/laptop

 

 

Belemmerende/bevorderende
factoren:
Â

 

 

 Â

 

 

Â

 

 

Een mooie oefening voor een onafgemaakte les.

 

 

Spreekbeurt, paint tekening, werkstuk, plaatjes
plakwerkstuk, powerpoint nog niet af?

 

 

Zoek en vind je bestand.

 

 

Deze computer- en je krijgt alle locaties in beeld.
Open mappen als er een kruisje voor staat.

 

 

Selecteer het bestand en open het. Nu kun je verder
met waar je gebleven was!

Geef een reactie