Herfst

De herfst die maakt rommel

de herfst die maakt troep

bij ons in ’t straatje

bij ons op de stoep.

 

de herfst heeft geen moeder

van wie hij ruimen moet

ik wel mijn eigen kamer

Die herfst, die zit goed.

______

 

 

 

Dreinerig, miezerig, druilerig

het herfstweer vind ik huilerig

dikke regentranen

die zich een weggetje banen

druipen naar benee

de herfst heeft verdriet

en ik heb het niet.

______

 

 

 

Ik wou dat ik kon vliegen

 

ach wind neem me eens mee

‘dan wil ik heel erg hoog omhoog

misschien wel met een lange boog

zeg wind is dat oké?

______

 

 

 

 

Dag wind, dag wind

dag herfstkind

in je regenjas

en je wollen das

 

Dag wind, dag wind

dag herfstkind

waai me maar niet om

als ik buiten kom!

_______

 

 

Het wordt weer eerder donker

de lamp gaat eerder aan

misschien wat kaarsgeflonker

en vroeg naar bed toe gaan.

_______

 

 

 

Ik pak een bezem in de hand

En veeg de blaadjes aan de kant

Want de boom in onze tuin

Verloor ze van zijn kruin.

 

Hij heeft een hele kale kop

Geen blaadje zit er aan de top

De takken zijn heel bloot en kaal

Deed jij dat allemaal?

De wind die kwam, en nam ze mee

Zo dwarrelden ze naar benee

Behalve de den die is nog groen

want die heeft straks nog veel te doen

______

 

 

Rode neus

En rode oren

wind ik kan je heel goed horen

 

Rode wangen

En rode mond

de wind blaast vrolijk in ’t rond.
_____

 

 

 

 

Ik hoor geritsel en gesnuif

is dat een merel of een duif?

Ik voel geprikkel in mijn vel

zeg kleine daar, wie ben jij wel?

Wat doe jij bij mij in de struiken

wil jij ’t als bed hier gaan gebruiken?

Heb jij je voorraad wel meegebracht

voor als je de winter hier overnacht

 

Laat ik je niet storen tot volgend jaar

dag egeltje, welterusten dan maar.

______

 
Blaadje, blaadje, blaadje

waar wordt je heen geblazen?

de wind die blaast je heel ver

weg

dat zal je niets verbazen

 

Net zat je nog wel vast

aan de takken van de boom

maar nu vlieg je heel vrij

als in een herfstdroom.

_____
Kijk ik naar boven

hoog in de lucht

zie ‘k allemaal vogels

in vogelvlucht.

 

Ze vliegen steeds verder

steeds verder van jou

om te overwint’ren

ver weg van de kou.

 

Niet allemaal hoor

er blijven ook thuis

Zal je goed voor ze zorgen

in het vogelhuis?
_______

 

 
Hoor ’t eens waaien

wat gaat ’t te keer

hoor ’t eens draaien

het is herfstweer

 

Hoor ’t eens gieren

wat een kabaal

door naden en kieren

een herfstverhaal.

______

 

 

 

 

De herfst vertelt een mooi verhaal

de herfst die maakt een boel kabaal

 

Geritsel van gele en rode bladeren

een brommende grommende wind

beestjes die overal staan te vergaderen

waar je de lekkerste nootjes vindt

_______

 

 

Ruisende bomen, tikkende regen

Gekibbel van diertjes, je komt ze wel tegen.

Tikkende regen, ruisende bomen,

Wie heeft nou wiens nootjes meegenomen?
______

 

 

 

 

Ik heb nog nooit zoveel speelgoed gezien

Weet jij waar dat vandaan komt misschien

Bruine ballen, driehoek blokjes

eironde kogeltjes, allemaal stokjes.

Eikels, kastanjes en beukennootjes

Het zijn voor mij gratis herfstcadeautjes.

Ik ga ermee frutselen

of bootjes knutselen

‘k Maak webben met spinnen

Waar zal ik beginnen?

Als de herfst bloeien gaat

ligt zomaar ’t speelgoed op straat.

______

Parapluutje dicht

parapluutje open

droog kan ik nu door de regen

heen lopen

 

Parapluutje open

parapluutje dicht

nu ben ik binnen, met een droog

gezicht.

______

 

Waar is de zon gebleven

waar zou hij nou toch zijn

hij is achter wolken gedreven

zijn straaltjes zijn nu klein.

 

Ze raken nu niet meer mijn neus

ze blijven ergens steken

ik zoek en zoek, ik zoek haar heus

ik heb heel goed gekeken.

 

Alleen grijze wolken zie ‘k nu maar

geen stukje blauwe lucht

de herfst die is weer volop daar

en de zomer is weggevlucht.

______

 

 

Eekhoorntje, egeltje en kleine muis

wat sjouw je toch allemaal mee naar je huis?

Is dat jullie voorraad voor d’ winter misschien

Ik heb jullie stiekempjes toch wel gezien.

Wij hoeven geen voorraad voor ons te gaan kopen

bij ons in de winter zijn winkels ook open!

______

 

Gisteren nog aan de overkant

Kon ik m’n vriend niet zien staan

maar nu toch wel, ik zie ‘m want

de boom is kaal gaan staan.

 

Het leukste is dat wist je niet,

Mijn vriend is mijn overbuur

En ’t interesseert hem toch geen biet

Dat ik in zijn kamer gluur.
_____

 

 

 

 

Rode blaadjes

Gele blaadjes

Bruine, oranje, in alle maatjes.

 

Mooi he mama, al die kleuren

hoe kon dat nou toch gebeuren

gisteren nog was alles groen

hoe zou zo’n boom dat nu toch doen?

 

Rode blaadjes

gele blaadjes

bruine, oranje, in alle maatjes

 

De wereld heeft een jasje aan

met kleuren die niet verbleken gaan

De jas hoeft niet gewassen hoor

Want daar zorgt de regen wel zelf voor.

______

 

Rode laarsjes heb ik aan

om door de regen heen te gaan

Ik stap door de plassen

Hoef niet op te passen

‘k Kan zo in ’t water ermee gaan staan.

 

Rode laarsjes, witte noppen

om door de bladerhoop heen te schoppen

Ik schop met een zucht

Alles “zoef” in de lucht

En niemand kan mij nog stoppen.

______

 

Met een heel grote bezem

aan een lange houten steel

ga ik alle blad’ren vegen

maar het zijn er wel heel veel.

 

Ik maak een hele hoge hoop

tot boven aan de toren

Maar als ik omkijk potverdrie

Ben ik het weer verloren.

______
De wind die blaast

de wind heeft haast

hoor hoe hij om mijn kamer raast.

 

De wind die briest

De wind die niest

en zorgt dat de boom zijn blad verliest.

 

De wind die waait

de wind die maait

voor hij de andere kant op draait.

 

De wind die loeit

de wind die stoeit

en is die wind nooit eens vermoeid?

 

Ha, ha mij krijg je lekker niet

Want ik zit binnen zoals je ziet.

 

 

Als de wind om je oren waait.

   herfstversjes door

Wampie le Comte

 

 

 

 

Geef een reactie