Parijs in zakformaat

Waar het allemaal begon

In tegenstelling tot wat menigeen denkt begon Parijs hoogstwaarschijnlijk niet op het Ile de la Cité maar in Nanterre.

Op Ile de la Cité zijn namelijk nooit resten gevonden van Gallische huizen. Tijdens opgravingen in Nanterre vond met een compleet Gallisch dorp en zelfs nog een braadspit.

 

Gallië is een vernederlandste naam voor Gallia, het westelijk deel van Europa. Hiertoe behoorden het moderne België en Frankrijk, het westen van Zwitserland en delen van Nederland en Duitsland ten westen van de Rijn.

De Galliërs waren verspreid geraakt over een groot gedeelte van Europa en spraken diverse Keltische dialecten.

 

kaart van Gallie 1e eeuw v. Chr.

 

Nanterre zal velen niks zeggen.

Nanterre ofwel toentertijd Nemetodorum(samenstelling Keltische woord nemeto = heiligdom/heilige plaats en het Keltische woord Duron = hard/taai/duurzaam)

In de oudheid lag deze plaats op de toen bekende heuvel Mont-Valerien zo’n 11 kilometer buiten het huidige centrum van het tegenwoordige Parijs.

 

Saint Géneviève, de patroonheilige van Parijs werd in Nanterre geboren.

 

Nanterre ligt ten westen van het centrum van Parijs en is de hoofdstad van de Hauts-de-Seine afdeling.

Een stukje van de wijk la Défense maakt daar onderdeel van uit.

La Défense is het oostelijke deel van Nanterre.

 

Nanterre is te bereiken met lijn RER A Nanterre-Prefecture- Nanterre-Nanterre-Université en Nanterre Ville.

Of per bus, lijn: 73 141,144, 157, 160, 163, 174, 178, 258, 275, 276, 278, 304, 360, 378.

 

Wapenschild van Nanterre (hierin vind je de Gallische kleuren terug)

 

Rode gedeelte is Nanterre

 

 

 

 

 

Julius Caesar beschrijft in zijn verslag het ‘Commentarii de Bello Gallico’ over de Gallische veroveringen tijdens zijn ‘Opera Omnio’, voor het eerst heel kort over het oude Parijs.

Hij heeft het dan over een vesting van de Parisii op een eilandje in de Seine. Het Ile de la Cité bestond toen ook nog uit zo’n zes of zeven kleine eilandjes dus dit kon het niet zijn.

 

Om de eerst bekende en gevonden resten van de Parisii te vinden moet je namelijk de Seine volgen om ergens in een bocht, ruim 20 kilometer van het tegenwoordige centrum Parijs, bij Nanterre uit te komen.

Die gesloten bocht van Gennevilliers kan goed voor een eiland aangezien zijn in die tijd.

 

Gennevilliers in de bocht.

Gennevilliers is te bereiken met metrolijn 13 Asnières – Gennevilliers – Les Courtilles.

 

De allereerste bewoners werden Kwarisii genoemd. Een Keltisch volkje wonende bij steengroeven.

Waar ze vandaan kwamen is niet bekend maar vermoedelijk zijn zij verdreven uit het Oosten.

 

Julius Caesar schreef over de inwoners van Gallië: “Wij noemen hen Galliërs, maar in hun eigen taal noemen zij zichzelf Kelten.”

Gallia is nog steeds de Griekse naam voor Frankrijk.

 

Ze leefden in een moerassig en drassig gebied met ook veel dichtbegroeide bossen een langgerekt voorgebergte. (de latere Sainte Geneviève – huidige 5e arrondissement)

De Sainte Geneviève is te bereiken met metrolijn 7 station Cardinal Lemoine.

 

De Seine heette Sequana, genoemd naar de gelijknamige riviergodin van de Kelten. Godin die leven is geeft is de juiste betekenis.

 

Sequana de riviergodin.

Je komt Sequana overal tegen in Parijs. In inscripties en bronzen beelden. Ze wordt staande weergegeven op een bootje die als boogbeeld een eendenkop heeft.

 

De Sequana oftewel Seine is overigens 776 kilometer lang en vindt zijn oorsprong ten noorden van Dyon en mond uit bij le Havre.

 

De Sequana was erg belangrijk voor de Kwarisii. Ze haalden hier niet alleen drinken voor zichzelf en hun vee maar ook visten ze hier hun maaltje bijeen en ze voeren in hun bootjes van gevlochten takken naar verderop gelegen gebieden om te jagen.

 

gerestaureerde prauw (Vlietenkelder Brussel)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van Nanterre naar Ile de la Cité

Vóór 52 voor Christus was er dus op Ile de la Cité nog niets te vinden.

 

De Romeinen vallen tijdens Caesars ‘Opera Omnio’ in het jaar 52 v. Chr. de Galliers aan. Het wordt een bloederige strijd die de Romeinen eerst verliezen.

De Gallische leider Camulogenes, welke gezag voert onder het bewind van de Gallische koning Vercingetorix wacht de Romeinen namelijk niet op bij de stad maar in het moeras.

Omdat de Romeinse soldaten helemaal niet gewend zijn aan moerassige gebieden verliezen ze de strijd. Dit maakte de Romeinse officier Titus Labienus zo boos dat hij nieuwe troepen formeert en optrekt langs de Sequana (Seine) waar hij als eerste het stadje Melodonum (Melun) verovert. Ze vinden hier echter niet de soldaten waar Labienus zich op wil wreken. Dus trekken ze verder. Camulogenes hoort dit en steekt samen met alle burgers en soldaten alle bruggen, huizen en voorraadschuren in brand en de inwoners verlaten hun stad.

Maar de Romeinen zijn snel en halen de Galliërs op hun vlucht, bij de vlakte van Garanella, in. Alle inwoners en Camulogenes zelf worden gedood en Vercingetorix wordt meegenomen naar Rome waar hij na jaren gevangenis, gewurgd werd. Het verhaal gaat dat hij net genoeg eten en drinken kreeg om zichzelf in leven te houden en dat men hem, toen ze hem uit de kerker haalde eerst grondig moesten wassen en knippen omdat men hem van de verwaarlozing niet meer herkenden.

 

Er is in Parijs een straat naar Vercingetorix vernoemd. Rue Vercingetorix. Je vindt deze in het 14e arrondissenment.

Je kan de rue Vercingetorix bereiken met metrolijn 13 station Porte de Vanves of station Gaité.

 

 

 

Er is in Parijs een straat naar Camulogenes genoemd, rue Camulogène (15e arrondissement).

Je kan de rue Camulogène bereiken met metrolijn 13 station porte de Venves. Of met tramlijn 3a.

 

Op beide wegen bevindt zich niets wat men aan hen of hun tijd doet herinneren.

 

 

 

De vlakte van Garanella (betekenis = bosgebied waar konijnen leefden) is de gemeente Grenelle geworden (deel van het 15e arrondissement).

De Romeinen doopten deze plek tot ‘Champs de Mars’ ofwel plek van Mars-plek van oorlog. Wij kennen dit als het huidige wandelgebied met zijn prachtige tuinen bij de Eiffeltoren.

 

Champs de Mars – plek van de oorlog (7e arrondissement)

Het Champs de Mars is te bereiken met metrolijn 8 la Motte-Picquet – Grenelle en École Militaire

 

Vlakbij het Champs de Mars lagen kleine eilandjes. Op het grootste eiland daarvan staat een tempel opgericht voor de Gallische goden Cernunnos (overvloed), Smertios (kudden) en Esus (bossen). Hier komen al gauw door oproep van de Romeinen, de Galliers weer bijeen om hun goden te vereren.

In het nu Gallo-Romeinse rijk besluiten de Romeinen namelijk hier de stad Lutetia te herbouwen. Dit lijkt hen een veiligere en beter te verdedigen plek dan voorheen. Zo ontstond Lutetia.

Door de verschillende Keltische dialecten is de Keltische K van Kwarisii mogelijk in de loop der tijd veranderd in een P en zo werden de Kwarisii bewoners rond de 3e eeuw v Chr. Veranderd in Parisii.

 

Een ander verhaal is dat de inwoners Parisii genoemd zijn omdat Caesar de tempel die bij de Rive Gauche (de linker oever van de Seine) stond, aanzag voor een Isistempel. Par Isis = bij Isis – Parisii.

 

 

Cernunnos                   Esus                 Smertios

 

Parijs heette Lucotetia ( zo genoemd door de Galliërs zelf) Dit is een samenvoeging van het Latijnse woord Lutum = modder en het het Gallische/Keltische woord Luto = moeras. De stad uit het moeras gerezen. Later Lutetia genoemd (door Caesar -> Lutetia Parisorium)

 

Lutetia ofwel Parijs was toen overigens niet de hoofdstad van Gallie, dit was namelijk Lyon.

 

De eilandjes worden met elkaar verbonden door bruggen en al gauw ontstaat er een stadskern (het latere Ile de la Cité).

 

 

Het eerste Ile de la Cité

Ile de la Cité is te bereiken met metrolijn 4 station Cité

 

Nog steeds leven de mensen van de rivier. Die nieuwe bewoners laten de reizigers tol betalen als zij de bruggen over, of met de boot onderdoor, willen.

Hier komt ook het latere motto van Parijs – Fluctuat nec mergitur – ze drijft maar gaat niet onder- vandaan. Het symboliseert de band die ze met de rivier de Seine hebben.

 

Het allereerste monument wordt nu opgericht op de Seine. Een zuil van bijna vijf meter hoog doen de nauten cadeau aan de stad ter ere van keizer Tiberius. Een zuil van vier kubusvormige blokken met daarin de beeltenissen van de Gallische goden maar ook de Romeinse goden Vulcanus en Jupiter.

 

De pilaar van de nauten

De pilaar is tegenwoordig te vinden in het Musée de Cluny. (5e arrondissement)

Musée de Cluny is te bereiken met metrolijn 10 Boulogne Pont de St-Cloud en het eindpunt ligt bij Gare d’Austerlitz, station Cluny la sorbonne.

 

 

 

 

 

 

Lutetia groeide en groeide.

Er woonden nu zo’n 8000 Parisii.

 

 

In de 2e eeuw is Lutetia de plek van plezier en vertier.

Het grootste vertier vindt plaats in en rond het amfitheater, gebouwd op een vlak stuk land tussen heuvel en rivier. Het bood plaats aan 15.000 mensen die konden gaan zitten op trapsgewijs gebouwde stenen banken in een halve cirkel.Naast komedies en tragedies die er gespeeld worden, vinden er ook gevechten plaats en vloeit er bloed. Complete bachanalen worden er gehouden. De arena van Lutetia werd verwoest tijdens helse invallen in 280.

Er zijn nog veel resten te vinden en er wordt dagelijks jeu de boules gespeeld door de Parijzenaar. Het is er heerlijk toeven op een bankje. Luisteren naar de vogelgeluiden, de boules volgend, het zonnetje op je neer laten dalen.

 

 

Les Arènes de Lutèce (5e arrondissement) is te bereiken met metrolijn10 station Cardinal Lemoine of lijn 7 of 10 station Jussieu of lijn 7 Place monge en buslijn 47,67 en 89

 

Nog zo’n teken van vertier waren de Termen van Cluny.

In de huizen, en dan alleen nog de grotere huizen, waren badkamers klein en oncomfortabel. Er kwamen daarom grote publieke badhuizen.

De badhuizen dienden niet alleen als reinigingsruimte maar ook voor sport activiteiten of sociaal samenzijn. Er waren koudwater baden, warmwater baden maar er was ook een zweetruimte. Je zou dat nu een sauna noemen.

Ook de Termen werden vernield door de Barbaren.

De resten zijn er nog wel. Men kan die vinden in Musée Cluny. Musée Cluny is namelijk gebouwd op de ruines van de Termen.

 

 

 

 

De Termen van Cluny (5e arrondissement) zijn te bereiken met metrolijn 10 station Sorbonne de Cluny en buslijn 4 halte Saint Michel.

 

 

 

De oudste straat, de cardo Maximus ofwel Noord-Zuid hoofdstraat van Lutetia is de huidige rue Saint Jacques die overgaat in de rue Saint Martin.

Er is zelfs nog één oude steen uit die tijd te vinden. Voor de kerk Saint Julien le Pauvre vlak achter de oude put ligt de steen, een restant van de oudste weg van Parijs.

 

Het Forum bestaat ook niet meer. De herinnering eraan vindt men op de boulevard Saint Michel 61 waar bij de ingang naar de Vinci parkeerplaats een stuk ringmuur van het Forum bewaard is gebleven.

 

 

In de 3e eeuw probeert paus Fabianus de stad te kerstenen en stuurt monnik Denis (Dionysius) naar de stad en benoemt hem tot bisschop.

 

Sint Denis

 

Sint Denis bouwde de eerste houten kerk op de plek waar nu de Notre Dame staat. Maar de Parisii vereren vele goden. Alleen bij de arme boerenbevolking luistert men graag naar zijn verhaal. Toch wordt hij in het jaar 285 vermoord door heidenen. Een Romeinse prefect, een ambtenaar van de Romeinse keizer, vond zijn gepreek maar niks. Hij liet hem onthoofden om hem daarna aan het kruis te spijkeren. Er wordt gezegd dat Sint Denis aan het kruis tot leven kwam, zich heeft losgewrikt en zijn hoofd oppakte om het daarna in een fontein af te spoelen. Na een wandeling overhandigt hij zijn hoofd aan een meisje en zakt daarna in elkaar. Het meisje begraaft zijn lichaam en een tijdje later groeit er een veld goudgeel graan op de plaats van zijn graf. Vanaf dat moment is Sint Denis een heilige.

Je komt herinneringen aan Sint Denis overal tegen in Parijs.

 

 

 

 

 

 

Beeltenissen van de heilige met het hoofd in de handen.

Je vindt hem op de gevel van de Notre Dame.

 

 

 

 

 

Maar ook op Mont Marte staat een standbeeld. Mont Martre of Mont des Martyrs (berg van martelaren).

 

 

 

 

 

 

 

En natuurlijk herinnert de basiliek Saint Denis midden op Ile de France aan hem.

Keizer Julianus 331- 363 speelt ook een belangrijke rol in Lutetia. Hij houdt van de stad. Was Lutetia voor vele koningen een stad op doortocht, voor Julianus wordt Lutetia een thuishaven. De filosofische keizer schrijft gedichten over de stad en laat er zijn keizerlijke residentie bouwen op het uiterste puntje van Ile de la Cité. Het is een stukje Italie in Gallie. Een okergele Romeinse villa, een vierkante binnenplaats, vijgenbomen en een bassin.

Van Julianus’ residentie is niets meer over maar de plek waar de residentie stond is altijd een plek voor paleizen gebleven. Tegenwoordig vinden we er het Palais de Justice van Parijs.

Palais de Justice kan men bereiken met metrolijn 4 station Cité en buslijn 21, 38, 47, 85 en 96

 

Keizer Julianus houdt niet van alles van Parijs. Hij vindt de Galliers een grof volkje en hij vindt Lutetia koud. Zo laat hij zijn paleis verwarmen tijdens de koude winters. De rook uit de vuurkorven worden bijna zijn dood. In zijn slaap stikt hij bijna door de rook maar hij overleefd het.

Ook is Julianus geen godsdienstig mens. Hij vereert meerdere goden.

Toch wordt in 360 Lutetia een kerkelijke stad. Julianus hoopt dat de Parisii hun vergissing inzien zegt hij en onderneemt geen stappen tot vervolging.

De Parisii blijven hun keizer op handen dragen.

 

Lutetia laat de naam Lutetia nu ook steeds meer los. We komen steeds vaker de naam Civitas Parisiorum tegen.

De Parisii zijn trots op hun stad!

 

Julianus vindt de dood tijdens een veldslag in Perzie.

Valantinianus is nu keizer.

Valentinius houdt niet zoveel van Parijs als zijn voorganger Julianus. Hij is dan ook niet vaak in de stad Parijs te vinden.

Hij is zeker geen slechte keizer maar de Parisii vinden hem maar niks vergeleken bij hun oude keizer.

Valentinianus vestigt zich definitief in Trier.

 

En terwijl Valentinius in Trier zit komt maakt Martinus een stop in Parijs.

Martinus is inmiddels bisschop van Tours en zijn wilde haren kwijt.

In het Parijs dat het christendom weer heeft aangenomen geniet de vriend van de armen hoog aanzien.

Wanneer hij tijdens zijn wandeling door de stad naar een arme melaatse loopt en zich over hem heen buigt om een broederlijke kus op zijn wang te drukken en die melaatse de volgende ochtend de kerk binnen komt om het wonder te laten aanschouwen dat zijn gezicht en armen weer geheel genezen zijn, weten de Parisii zeker dat Martinus voor genezing kan zorgen.

Martinus komt nooit meer terug naar Parijs maar uit dankbaarheid wordt er een oratorium gebouwd op de plaats waar het wonder gebeurde.

Het oratorium is weg maar de verering voor Sint Maarten komt jaarlijks terug.

En op de plek waar het bidvertrekje stond loopt nu de rue Saint Martin.

 

Rue Saint Martin (4e arrondissement) is te bereiken met metrolijn 8 of 9 station Saint Martin

 

 

In 425 doet de volgende bisschop zijn intrede in Parijs. Bisschop Marcellus zorgt voor godvruchtigheid.

Ook deze bisschop verricht zijn wonderen.

Waar men nu het kruispunt des Gobelins en boulevard Saint Marcel vindt, was vroeger een groot moeras.

Een moeras waarin het krioelt van de reptielen, hagedissen, slangen.

Het verhaal gaat dat een grote slang het lijk van een vrouw met blauw bloed maar niet al te goede naam, heeft opgegeten.

Bisschop Marcellus gaat naar de plek van waar men zegt de slang gezien te hebben. De slang laat zich inderdaad zien, de bisschop geeft hem een fikse tik met zijn staf op de kop en dood de slang.

Het wonder is verricht. Het kwaad is uit het moeras gedreven en Marcellus wordt heilig verklaard.

Na zijn dood wordt hij begraven in de buurt van de plek waar hij het wonder verrichtte. Het graf wordt een bedevaartsplaats voor velen. Iedereen wil het gaf even aanraken en om geluk en gezondheid vragen.

Heel veel mensen willen na hun dood naast de beschermheilige begraven worden en al gauw ontstaat er een soort van eerste christelijke begraafplaats.

Maar wat is er tegenwoordig over van cimetière Saint Marcel?

Helemaal niets. Het kruispunt is de plek waar slechts een herinnering is en een enkel informatiebordje aan een muur waar op stad dat hier ooit een begraafplaats was.

Saint Marcel werd een heus dorp, een soort religieus centrum.

 

Rue Saint Marcel (5e -13e arrondissement) is te bereiken met metrolijn 5 station les Gobelins

 

Rue Collégiale en Rue du Petite Moine te bereiken met metrolijn 5 station Les Gobelins

Doen denken aan de tijd dat je de monniken van de Collégiale van Saint Marcel tegen kwam.

 

 

 

 

Een volgende prachtig verhaal is dat van Genoveva.

In de lente van het jaar 451 steekt Atilla, beter bekend als Atilla de Hun, de Rijn over.

Atilla en zijn leger verwoestte en plunderde elke stad en streek die zij tegenkwamen.

Zo bereikten zijn ook de versterkte vestingstad Lutetia.

De bewoners wilden al wegvluchten maar een jonge vrouw Genoveva of Geneviève, de herderin uit Nanterre die na de dood van haar ouders bij haar peettante in Lutetia was komen wonen, riep alle inwoners op in de stad te blijven omdat het op het platteland veel gevaarlijker was. De bewoners die haar bewonderden om haar teruggetrokken en godvruchtig leven, vroegen haar vaak om raad en luisterden ook nu naar haar.

Zij vertelde dat zij door veel bidden en boete doen het gevaar konden afwenden.

Ook liet zij alle boten zinken en bruggen naar het vasteland verbranden.

Atilla had het heel moeilijk bij de houten ommuringen te komen en was woedend omdat zijn aanvallen mislukte én omdat een vrouw hém durfde te weerstaan. Toch bewonderde hij diep in zijn hart ook de inwoners en dus droop hij af naar Orléans waar de mensen het erg moesten ontgelden.

 

Nog voor een tweede maal redde zij de stad. Dat was, toen de Franken probeerden de stad uit te hongeren. Nu wist zij op geheimzinnige manier aan voedsel te komen. De uithongeringstactiek faalde.

Zij zou ook de kerk hebben gesticht voor de H. Dionysius is: Saint Denis in de gelijknamige stad even buiten Parijs, waar tot op de dag van vandaag de Franse koningsgraven nog te zien zijn.

 

Behalve patrones van het huidige Parijs is zij ook beschermheilige van alle vrouwen, herderinnen, wijnbouwers en hoedenmakers.

 

Sint-Genoveva wordt meestal afgebeeld met een brandende kaars omdat de kaats van haar dienstmeisje zou zijn uitgeblazen door de duivel toen zij ’s nachts in de kerk ging bidden maar weer tot branden kwam toen Genevieve de kaars overnam.

 

 

Er werd een kerk ter ere van haar gebouwd. Deze is echter afgebroken en op de plek waar de kerk stond, staat nu het Pantheon. (5e arrondissement)

Het Pantheon is te bereiken met metrolijn 10 station Cardinal Lemoine of RER B station Luxembourg. Bus 21, 27, 38, 82, 84 en 89 stoppen ook bij Luxembourgh.

 

 

 

In het jaar 476 viel het westelijk deel van het Romeinse Rijk en werd de laatste West Romeinse keizer afgezet. Lutetia werd overspoeld door de ‘grote volksverhuizing’. Er kwamen veel mensen naar ‘Ile de la Cité.

 

Clovis of Chlodovech werd in de eerste koning van de Franken.

Hij was ook de eerste katholieke koning. Hij was 15 jaar toen hij de troon besteeg.

Hij was de eerste die alle Frankische stammen onder één heerser verenigde.

 

 

 

 

 

Clovis maakte in 506 Lutetia de hoofdstad van zijn rijk en bouwt er de Saints-Apotreskerk ook wel Petrus en Pauluskerk genoemd en nog later in de volksmond de Sainte Genevieve kerk.

Deze kerk is er niet meer maar hij werd gebouwd op de plek waar nu het Panthéon staat.

 

Childebert een van de drie zonen van Clovis regeerde in Parijs.De andere twee zonen regeerden ove andere delen van het rijk.

Childebert staat bekend om een moedige daad.

Hij redde zijn zus uit de handen van haar Spaanse man Amalarik die zijn vrouw met uitwerpselen besmeurde, sloeg en vernederde. Toen Amalarik hoorde dat Childebert eraan kwam vluchtte hij maar Childebert wist hem voor zijn afvaart tegen te houden en een soldaat van Childebert vermoordde hem.

Childebert nam zijn zus Clothilde mee terug naar Parijs.

 

Childebert is de stichter van het klooster Sainte-Croix-et-Saint-Vincent in 558, het latere later Saint Germain des Prés.

 

De Saint Germain-des-Prés (Sint Germanus van de Weiden) is de oudste kerk in Parijs. De kerk van nu stamt uit de 11e-12e eeuw nadat hij vier keer door Noormannen is verwoest.

Steeds werd hij weer opgebouwd en werd er een stukje aangebouwd.

 

De kerk hoorde bij de Abdij Saint Germain-des-Prés.

De abdij werd al snel het rijkste klooster van Frankrijk.

 

De Saint Germain-des-Prés is te bereiken met metrolijn 4 Porte de Clignancourt- Mainrie de Montrouge, station Saint Germain-des-Prés.

 

 

 

 

 

 

 

Parijs en de dorpen rond de abdijen gedijen rustig.

Er wordt handel gedreven, er treden artiesten en komedianten op in de straten en op markten en er worden gokspelen gedaan.

Saint Germain kreeg een ommuring. De ommuring is zo groot dat het vier straten betreft waarvan de lijnen nog steeds bestaan; rue de l’É chaudé, rue de Gozlin, rue de Saint Benoit en rue Jacob.

 

 

Er komen veel koningen die allemaal hun eigen verhaal hebben, vroeg sterven en weer opvolgers hebben.

Aan één koning kleeft wel weer een verhaal.

Het gaat om Clovis de 2e.

Rond Clovis de 2e dralen goede en minder goede verhalen. Een heel nobele daad was dat hij al het door zijn voorouders aan de abdij Saint Denis geschonken zilverwerk verkocht toen de honger in de stad uitbrak. Hij kocht er graan voor en gaf zo de burgers te eten. De priester van de abdij mag dan wel geschokt zijn, de bevolking is blij.

 

Een andere daad was dat hij een heilig reliek wenste voor zijn bidvertrek in Clichy. Dit reliek moest hem tegen duivelse

Verlokkingen beschermen.

Het lijkt erop dat hij het op Saint Denis gemunt heeft want op een dag loopt hij naar de Saint Denis, laat het graf van Saint Denis openen, en hakt met zijn zwaard een arm van de dode af.

Een paar maanden daarna sterft Clovis de 2e op zijn 26ste jaar.

 

De laatste koning van de Merovingen, Childerik wordt afgezet en zo komt er een einde aan koninklijke erfopvolging.

Aan paus Zacharias, wordt raad gevraagd wie de volgende koning moet zijn.

 

Een nieuw tijdperk breekt aan. Pepijn ‘de korte’ wordt koning van de Franken.

Paus Zacharius sterft en Paus Stefanus II treed aan. Samen met koning Pepijn voert hij strijd tegen de Langobarden. Ze winnen de stijd en koning Pepijn wenst hier wat voor terug.

Hij wil gezalfd worden door de paus zelf en wel in de abdij Saint Denis.

De paus stemt eerst maar wil eerst aan de overbrenging van de stoffelijke resten van de heilige Germanus voldoen die al die tijd in de armzalige kapel bij de Saint Vincent Sainte Croix ligt.

 

Terwijl iedereen aanwezig is wordt de crypte van de heilige Germanus geopend en wordt de kist naar het koor van de kerk gedragen. De hele dag en volgende dag blijft de kist daar staan zodat iedereen hem nog kan eren.

De volgende dag willen ze de sarcofaag op de plaats zetten die voor de teraardebestelling is uitgekozen maar ze krijgen de sarcofaag niet van zijn plaats.

Er wordt van alles aan gedaan maar hij blijft staan waar hij staat.

Dan komt er een man uit de menigte aanwezigen aanlopen die denkt de oorzaak van dit probleem te weten.

Hij vertelt dat het klooster landerijen bezit en dat de belastinginners de boeren erg onderdrukken, vernederen, doden en roven land.

Naar zijn mening vindt Germanus dit onrecht en dit onrecht zal eerst uit de wereld geholpen moeten worden.

De belastinginners wordt de mond gesnoerd en de monniken krijgen er nieuwe gebieden bij.

Germanus lijkt tevredengesteld en de kist wordt met alle gemak verplaatst.

De abdij Saint Vincent Sainte Croix wordt vanaf dit moment Saint Germain des-Prés genoemd. De landerijen strekken zich nu enorm uit.

Er komen hier steeds meer geleerde benedictijnen, kunstliefhebbers en wetenschappers naartoe om te schrijven, te discussieren en te genieten.

De levendigheid van de toekomstige wijk van nu is geboren.

 

Nu breekt de tijd van de Noormannen ofwel de Vikingen aan.

Ze vallen de stad Parijs aan en plunderen wat ze plunderen kunnen.

Ze gaan weer en komen weer terug.

Ze zijn gek op gouden munten en sieraden.

Elke keer weer vinden ze een manier om Karel de Kale die dan koning is, geld afhandig te maken.

Dan vindt Karel de Kale het welletjes. Hij laat verwoestte bruggen herbouwen en laat bergen stenen storten waarop een houten brug komt te rusten, de zogenaamde Karel de Kale weg. Later zal deze brug de Pont-au-Change genoemd worden.

 

De huidige Pont au Change is te bereiken met metrolijn 1, 4, 7, 11 en 14 station Chatelet en RER A, B en D en buslijn 81

Aan de buitenkant van de oever laat hij een toren bouwen. Op de linkeroever nog een toren omringd door een diepe gracht. Ze vormen de toegangspoorten tot Parijs.

Het zijn ware vestingen, chatelets. Het Grande Chatelet aan het eind van de Karel de Kale brug en het Petit Chatelet aan het eind van de Petit Pont.

 

Er veranderd weinig. Rond 885 vallen de Vikingen nog steeds aan. Karel de Dikke neemt de plaats van de overleden Karel de Kale in.

De toren van het Grand Chatelet wordt verhoogd om nog betere bescherming te bieden tegen de Vikingen.

De Vkingen duiken de Seine in om de stad te bereiken maar de Parijzenaars gooien kokende olie op de Vikingen.

Eindelijk bij het Grande Chatelet vinden de Vikingen een opening en stormen de stad binnen.

De Parijse soldaten gaan het gevecht aan en houden vol met als gevolg dat de Vikingen zich gewonnen geven en de stad verlaten.

Ze bevinden zich dan vlakbij de abdij Saint Germain l’Auxerrois.

 

De Vikingen blijven proberen. De Parijzenaars versterken het Grande Chatelet.

Ze onderhandelen maar er valt op den duur niet meer veel te onderhandelen als de stad de grens van armoede nadert.

Uiteindelijk trekken de Vikingen zich weer terug en gaan naar de linkeroever, naar Saint Germain des Prés.

De Parijzenaars wacht een nieuwe ramp. De pest breekt uit door alle in de gracht van het Grande Chatelet rond drijvende lijken.

En als de pest weer minder wordt dreigt de hongersnood.

De Vikingen vertrekken. Parijs is flink aangetast door al hun plunderingen.

 

Op de plaats van het Grande Chatelet vindt men nu Place du Chatelet.

Place du Chatelet (1e en 4e arrondissement) is te bereiken met metrolijn 1, 4, 7, 11 en 14 station Chatelet en buslijn 38,58,76,81 en 85

 

In de 10e eeuw bestuurt graaf Hugo Capet Parijs.

Wat de Vikingen sloopten is niet opnieuw opgebouwd. Ook de abdijen bestaan uit hopen puin waartussen de mensen bidden. Ze zijn er al aan gewend.

Huizen zijn scheve krotten die op instorten staan.

Parijs ziet er niet meer uit maar blijft in al zijn levendigheid bestaan.

Ze winnen de strijd tegen de Germanen. Met de overwinning gaat ook een legende gepaard. Het verhaal wil dat de Germanen elke dag een grote Germaan richting Grande Chatelet. Hij roept uren achtereen scheldwoorden. Hugo Capet is het op den duur zat en stuurt als tegenactie ook één man naar voren, Yves, een ridder. Yves gaat te paard richting de Germaan. Een gevecht tussen de twee barst los. Het schild van ridder Yves breekt onder het geweld van het zwaard van de Germaan. De ridder valt van zijn paard. Net als de Germaan toesnelt om hem te doden komt ridder Yves overeind en boort zijn lans in het zwakste plekje van het harnas. De Germaan stort ter aarde en de ridder juicht.

Na nog een paar weken belegering vertrekken de Germanen. Koud en moe.

 

Herinneringen aan het gevecht tussen de Germaan Isoré en ridder Yves vindt men terug in heldendichten. In die gedichten is de reus een Moor en ridder Yves de held Willem met de hoorn.

In Parijs herinnert rue de la Tombe-Issoire (14e arrondissement) aan de plaats waar de Germaan misschien wel ter aarde stortte.

 

Rue de la Tombe Issoire is te bereiken met metrolijn 6 station Saint Jacques,lijn 4 station Porte Orléans en RER B station Cité universitaire.

 

 

 

 

 

 

Hugo Capet volgt koning Lotharus, na zijn dood op.

Hugo zorgt niet voor veel veranderingen. Hij heeft de kerk nodig als hij lastige beslissingen moet nemen.

Zijn zoon Robert de Vrome, die Hugo na zes maanden regeren medekoning maakt, is meer van de grote projecten.

Hij zorgt voor de reconstructie van ‘Karel de Kale weg die belangrijk is voor de doorgang van handelslieden.

Wisselmakers kwamen zich vestigen. Beëdigde tussenpersonen die tegen vergoeding bemiddelen bij verkopen met vreemde maar ook wel eigen valuta.

Vanaf dat moment krijgt de Karel de Kale weg de naam Pont au Change. (de brug om te wisselen)

Eigenlijk is nu de eerste Beurs geboren.

 

Aan Robert de Vrome kleven meer verhalen.

Robert trouwde in opdracht van zijn vader op zijn 16e met de 33 jarige Suzanna. Ze krijgen samen geen kinderen. Tien jaar later wordt Robert vreselijk verliefde op Bertha een achterachternicht van Robert.

De kerk duld geen bloedverwandschap. Robert is echter zo verliefd dat hij de regels van de kerk aan zijn laars lapt en zo trouwt hij met Bertha dankzij een bereidwillige bisschop.

De paus (Gregorius) is hier natuurlijk woedend om en Robert de Vrome wacht de excommunicatie wat inhoud dat hij van de kerk niets meer te verwachten had.

Zijn personeel loopt weg. En zo gaat men het jaar 1000 in.

Na vier jaar besluiten beiden dat het niet langer zo door kan gaan en zij gaan uiteen.

Uit berouw laat Robert de Vrome de Saint-Germain-l’Auxerrois en de abdij Saint Germain des Prés herbouwen.

In zijn eigen paleis laat hij een kapelletje bouwen die gewijd is aan Sint Nicolaas. Later zal dit de Sainte Chapelle (1e arrondissement) worden.

De Sainte Chapelle is te bereiken met metrolijn 4 station Cité.

 

Maar Robert de Vrome bouwt nog meer. Dit keer voor zijn eigen gerief laat hij palais de la Cité restaureren en bouwt de Conciergerie eraan vast.. Dit gebouw is bedoelt voor de conciërge van het paleis.

 

De Conciergerie is bereiken met metrolijnen 4, stations Cité, Saint Michel en de lijnen voor Chatelet zijn 1,4, 7,11,14.

 

Als Robert de Vrome sterft en zijn zoon Hendrik I het overneemt, breken er moeilijke tijden aan.

Tekort aan eten, branden, epidemieën volgen elkaar op.

Henrik vertrekt uit Parijs en vestigt zich in Fécamp om van daar uit zijn koninkrijk te besturen. Met Parijs bemoeit hij zich weinig.

 

Hendrik I en de paus hebben een moeizame band. Paus Leo wil een eind maken in handel op kerkelijke ambten. Er mag een ambt meer bij de koning ‘gekocht’ worden.

Hendrik I vraagt zich af waar de paus zich mee bemoeit. Om paus Leo nog meer dwars te zitten sticht Hendrik I op de plek van de kapel die aan Sint Maarten gewijd is, het klooster Saint Martin des Champs, zet er dikke muren omheen. Hij geeft het klooster land, geld, speciale rechten en vrijstelling van belasting.

In 1067 wordt Saint Martin des Champs gewijd. Maar het was zo’n enorm werk dat dit niet meer door Hendrik I gebeurde maar door zijn zoon Filips I

In 1079 wordt dit klooster aan de orde van Cluny gegeven.

 

 

 

Filip de II is een koning die gek is op oorlog en strijd.

Hij verstevigt de stadsmuur en bouwt rond de toren op de rechteroever die drooggelegd is omdat het een moerassig gebied was, een centrale plek, een vesting ‘het Louvre’.

 

Het Louvre (1e arrondissement) is te bereiken met metrolijn 1 en 7 station Palais Royal Musée du Louvre.

 

Het Louvre was in de tijd van Filips II nog geen onderkomen voor de koning en zijn gezin. Het was enkel een vesting en eventuele schuilplaats voor de koning en zijn gezin. Bewoning kwam pas later, door anderen.

 

Het Louvre was een enorm bouwwerk. De stadsmuur begon bij de huidige Pont des Arts (1e en 6e arrondissement). De brug is 155 meter lang en 11 meter breed. Tegenwoordig hangt de brug vol met liefdesslotjes.

 

 

 

 

 

 

Pont des Arts is te bereiken met metrolijnen 1 en 7 stations Louvre, Rivoli en Pont Neuf.

 

Als je via het louvre naar de rue l’Oratoire loopt vind je in de sacristie van de Hervormde kerk nog een stuk stadsmuur.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Temple Protestant de l’Oratoire du Louvre (1e arrondissement)

Je kan de temple bereiken met metrolijn 1 en 7 station Louvre, Rivoli

 

 

 

 

Filips II (bijnaam Augustus) was een man van vernieuwingen. Vaak ging dit op een hard manier.

Zo liet hij, om de lege kas ten tijde van geldnood te spekken, alle Joden in de gevangenis gooien. Ze konden zichzelf vrij kopen door al hun bezittingen aan de koning te geven.

Op 24 juni 1182 wordt er een uitzettingsedict aangenomen. Dit betekende dat de gehele Joodse bevolking Parijs werd uitgezet.

Van de synagoge op de rue de l’Attacherie wordt een kerk gemaakt. Tegenwoordig heet deze straat rue de la Tacherie.

Met al het geld dat Filip II hiermee krijgt laat hij een markt bouwen in les Champeaux de toenmalige Joodse wijk, bestaande uit twee grote gebouwen of hallen.

 

Deze markt wordt de grootste markt van Parijs les Halles de Paris (1e arrondissement).

 

 

 

Je kunt les Halles bereiken met metrolijn 1,4,7,11,14 RER A, B, D station Chatelet – Les Halles

 

 

Filips II is ook de koning die de straten van Parijs laat bestraten. Hij was de stank van uitwerpeselen en afval zat en bedacht dat stenen bestrating zou helpen het gooien van afval en uitwerpselen tegen te gaan.

 

Filips II wil veel nieuwe bewoners naar zijn Parijs trekken. Hij laat prachtige parken aanleggen tussen de huizen.

 

Hij verdeelde zijn grondgebied in districten en stelde er koninklijke ambtenaren in aan die verantwoordelijk waren voor rechtspraak en de inning van de belastingen. Hij gebruikte hiervoor twee types ambtenaren: baljuws en seneschalken stelde hij aan in grensgebieden en hadden bovenop hun andere bevoegdheden ook een militaire functie.

 

In 1163 start bisschop Maurice de Sully met de bouw van de Notre Dame waar tot 1345 aan gebouwd is.

In 1187 komt het vreselijk nieuws dat Jeruzalem is aangevallen en ingenomen door de Egyptische sultan., Paus Urbanus III ziet het als zijn taak het Heilige Land te bevrijden en komt bij Filips II soldaten ronselen.

Heraclius komt dit bericht verkondigen in de toen in aanbouw zijnde Notre Dame.

 

Filips gaat in 1190 mee met zijn mannen maar voordat hij het Heilige Land heeft kunnen bereiken, ernstig ziek. Hij vraagt Richard Leeuwenhart om hem van zijn verplichtingen te ontslaan en keert terug naar Parijs, een verbolgen Richard Leeuwenhart achterlatend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Notre Dame is te bereiken met metrolijn 4 station Cité St Michel Notre Dame RER B en C

 

In 1200 is onderwijs in handen van de katholieke kerk. Zij drukken hier hun stempel op.

Onderwijs wordt alleen maar in het kloosters gegeven.

Maar leerlingen en leermeesters willen autonomie en onder het juk van de kerkelijke leermeesters vandaan.

Ze komen in opstand. Het wordt een chaos van leermeester die allemaal denken te kunnen lesgeven.

Filips II wil hier orde op aken stellen.

Hij regelt een betrekkelijke vrijheid op onderwijs door ze zogenaamde privilegebrieven te geven.

Voortaan worden ze gezamenlijk Universitas parisiensis magistrorum et scholarum genoemd.

Beroemde leermeesters geven les op een van de zeven de hellingen van Parijs, de 61 meter hoge Sainte Genevieve (5e arrondissement).

Een van de bekendste leermeesters uit die tijd is Pierre Abélard die daar een school sticht.

Abélard gaf les in theologie en dialecten.

Hij was minstens zo beroemd om zijn relatie met Heloise. Hij verwekte een kind bij haar terwijl zij het nichtje was van de man bij wie hij inwoonde. De gastheer liet hem hierop castreren en verbood hem nog enige omgang met zijn nicht Heloise. Toch kwam later de briefwisseling tussen de twee weer op gang.

Abélard ligt tegenwoordig begraven op cimétiere Père Lachaise.

 

Bovenop de berg Sainte Geneviève vindt men het Panthèon. De berg is te beklimmen via de gezellige rue de Mouffetard.

 

Rue de Mouffetard (5e arrondissement) maakte vroeger deel uit van de Romeinse weg van Parijs naar Lyon. Door haar ligging op de heuvel Sainte Genevieve heeft het haar middeleeuwse karakter behouden.

 

Rue de Mouffetard is te bereiken met metrolijn 7 station Censier Daubenton en buslijn 10 station Mabillon.

 

 

Zes jaar na de dood van Filips II komen de studenten in opstand.

Blanca van Castilie is regentes in afwachting tot haar zoon Lodewijk de IX het kan overnemen.

De studenten staan destijds bekend als jongeren die stelen, feesten en ontucht plegen.

De bisschop van Parijs Guillaume de Seignely doet zijn best het tij te keren.

De regentes hoort van de wandaden en laat agenten de jongeren straffen.

De jongeren worden van dit echter nog bozer en verlaten de scholen.

Ze verlaten Parijs. Leermeesters gaan elders doceren en studenten dus elders studeren.

Beide partijen zijn en blijven boos en koppig.

De paus haalt bakzeil. Hij ziet graag dat de studenten en hun leermeesters terugkomen en Parijs een echte onderwijsstad te laten zijn. En ook Lodewijk de IX dringt bij zijn moede aan op tolerantie.

De paus zweert de studenten en het onderwijs te respecteren en Blanca van Castilie zorgt ervoor dat de huren van kamers betaalbaar worden.

De rust keert weer enigszins terug.

 

Ten tijde van Lodewijk de IX ofwel de Heilige groeit de universiteit uit zijn voegen. Het kerkje Saint Julien le Pauvre is veel te klein om alle studenten te huisvesten en men vestigt zich in de Sorbonne.

De Sorbonne wordt een groot succes. Robert de Sorbon, geboren uit een arme familie, opgeleid als priester en later gestudeerd theoloog, werd biechtvader van Lodewijk de Heilige werd kanselier van de Sorbonne en blijkt een waar pedagoog.

 

De Sorbonne (5e arrondissement) is te bereiken met metrolijn 10 station Cluny la Sorbonne

 

Er wonen nu zo’n 160.000 mensen in Parijs.

Het loopt met zoveel mensen soms danig uit de hand, Er wordt geroofd en beroofd. Er is er is niemand die de orde bewaard.

Lodewijk benoemt daarom een deken die de zaken en handel moet gaan leiden en een provoost die recht spreekt.

Etienne de Boileau, de eerste provoost, schrijft het Goldsmiths statuut (1268). Het is het oudste document over wetgeving van ambachtslieden en de Parijse gemeenschap.

 

De handel floreert. Een gilde van kooplieden laat een haven aanleggen. Port de la Grève. Het plein bij de haven heette toepasselijk Place de la Grève.

 

 

Place de la Grève (4e arrondissement) is te bereiken met metrolijn 1 en 11 station Hotel de Ville

 

In 1357 besloot Etienne Marcel, een Parijse deken, het Maison Piliers te kopen. (huis met de pilaren) Hij oefende hier zijn functie uit en was een ontmoetingsplaats voor wethouders. Veel later zou dit Maison Piliers het Hotel de Ville ofwel het stadhuis worden.

 

Hotel de Ville is te bereiken met metrolijn 1 en 11 station Hotel de Ville.

 

 

 

 

Rondom het Hotel de Ville zijn er trouwens talloze huizen te vinden die ons aan de tijd van toen doen herinneren.

In de kronkelige straatjes rue Saint Paul en rue Francois-Miron staan nog middeleeuwse huizen met puntgevels die aan die tijd doen denken.

Het huis op rue Volta nummer 3 is het oudste huis uit de Parijse Hoge middeleeuwen zeggen sommigen.

 

 

 

Anderen beweren weer dat de oudste huizen op rue de Montmorency (3e arrondissement Joodse wijk Marais) staan. Hier vinden we ook het huis van Nicolaas Flamel op nummer 51.

Dit huis van de Parijse boekhandelaar werd versierd met houtsnijwerk en wijze inscripties. Zo vindt men er nog de inscriptie

“Chacunsoit content de ses biens. Qui n’a souffisance il n’a riens”

-Iedereen moet teveden zijn met wat hij bezit. Wie nooit genoeg heeft, heeft niets-

 

Rue Volta is te bereiken met metrolijn 3 en 11 station Arts en Metiers

Rue de Montmorency is te bereiken met metrolijn 3 en 11 station Arts et Metiers en lijn 11 Rambuteau

 

Filips de IV ofwel Filips de Schone komt in 1285 aan de macht.

Hij verbouwt het Palais de la Cité grondig. Het owrdt groter en krijgt uitgebreidere vertrekken waar ook personeel kan huizen.

Het Palais moet een voorbeeld zijn voor andere koningen vindt de ijdele Filips.

Filips had een grondige hekel aan de Tempeliers.

Hij had zich voorgenomen deze orde van de aardbodem te doen verdwijnen.

De orde van de Tempeliers was een christelijke orde van arme ridders van Christus en de tempel van Salomo.

De orde is ontstaan uit een broederschap van vooral Franse kruisvaarders. De geschiedenis van de wijk Marais begint bij de Orde van de Tempeliers. Zij bouwden hier hun versterkte kasteel le Temple. (3e arrondissement)

 

Le Temple is afgebroken maar de plek is nog te bezoeken. Het metrostaion is naar de le Temple genoemd. Je kan metrstation Temple bereiken met metrolijn 3 station Temple.

De deuren van le Temple zijn nog te bezichtigen in kasteel de Vincennes. Metrolijn 1 station chateau de Vincennes.

De wijk Marais (4e arrondissement) is het best te bezichtigen als je begint bij station Hotel de Ville of Saint Paul metrolijn 1.

 

De Tempeliers werden uiteindelijk zo machtig en rijk, dat de Franse koning Filips de Schone er alles aan deed om van hen af te komen.

Vier leiders van de orde worden opgepakt en zeven jaar vastgehouden in een cel om uiteindelijk het plein voor de Notre Dame opgesleept te worden waar ze te horen krijgen dat ze levenslange gevangenisstraf krijgen.

De grootmeester van de Tempeliers, Jacques de Molay vindt het genoeg, recht zijn rug en schreeuwt tegen het volk dat zij onschuldig zijn en dat alles wat er gezegd is leugens zijn.

Hij vertelt op luide toon van de martelingen die hem tot valse bekentenissen dwongen.

Hughues de Pairaud die ook een veroordeelde leider is zweert eveneens bij zijn onschuld.

De mensen op het plein zijn boos. De Parijzenaars zijn woedend.

De rechters willen snel van de mannen af en zij worden diezelfde dag levend verbrand op Ile aux Juifs. Een gedenkteken doet herinneringen aan de gruwelijke verbranding. Tegenwoordig is er een tuin op Square du Vert Galant (1e arrondissement) gevestigd.

 

 

 

 

 

Je kunt de tuin en Square du Vert Galant bereiken met metrolijn 7 station Pont Neuf.

 

 

 

 

De Honderjarige oorlog breekt uit. Ruzie om wie de troon na de dood van Filips de Schone zal bestijgen. Ruzie tussen Huis Valois ( koning filips) en Huis Plantagenet (Anjou).

116 Jaar duurt dit conflict met een overwinning voor huis Valois.

Maar ja, huis Valois was door de oorlogen geruïneerd terwijl de Plantagenets juist rijker geworden waren door hun plunderingen.

 

Het gaat na de Honderdjarige oorlog om mode en handel in Parijs.

En vooral de mode viert hoogtij.

De ene na de andere trend volgt, de ene na de andere modekleur is in.

Maar dan breekt in 1348 de pestepidemie uit.

Het ziekenhuis van Parijs op de linkeroever van Ile de la Cité, Hotel Dieu (1e arrondissement) driehonderd jaar geleden gesticht door de heilige Landry op het voorplein van de Notre Dame, ligt vol mensen die besmet zijn met de Zwarte Dood.

 

 

 

 

 

Je kan Hotel Dieu bereiken met metrolijn 4 station Cité.

 

 

 

De ellende rond de Zwarte Dood houdt ene jaar aan. Dan verdwijnt de pest zoals hij gekomen is. Maar de stad is daarna wel veranderd. De huizen van de zieken waren verbrand om verspreiding van de ziekte zoveel mogelijk te voorkomen en velen, velen hebben de dood gevonden.

 

 

 

 

 

Er vinden veel machtswisselingen plaats. In die tijd is men te druk met de macht krijgen of behouden om aan vernieuwingen van de stad te denken.

 

Uiteindelijk na veel gewissel en getouwtrek is Karel V aan de macht. Hij is echter zo vol van alle moord en haat en nijd dat hij niet in het Palais Ile de la Cité wil blijven.

Hij laat, net buiten de grenzen van Parijs op de huidige quai des Célestine, een spiksplinter nieuw paleis bouwen, hotel Saint-Pol. (4e arrondissement) HoteDel Saint-Pol was niet één enkel gebouw maar bestond uit een aantal woningen. Een complete koninklijke residentie. Hotel Saint Pol bestaat niet meer maar een muur aan de quai Célestine laat zien dat het er ooit was.

 

 

 

 

 

 

Quai des Célestine is te bereiken met metrolijn 7 station Sully Morlands en buslijn 70, 72 en 74 halte Hotel de Ville.

 

Karel de V was gek op boeken. Hij had er velen. In het Louvre liet hij zijn privébibliotheek inrichten. Deze privécollectie van Karel V ligt ten grondslag aan wat later de Bibliotheque Nationale zal worden.

 

 

 

 

Bibliotheque Nationale (13e arrondissement) aan de Quai Francois Mauriac.

De bibliotheek is te bereiken met metrolijn lijn 13 station Bibliothque Francois Mitterand

 

 

Karel de V liet ook kasteel de Vincennes (12e arrondissement) bouwen (15e eeuw).

Deze burcht bestaat nog steeds.

De donjon van dit kasteel is met zijn 52 meter, de hoogste van Europa.

 

 

Chateau de Vincennes is te bereiken met metrolijn 1 station chateau de Vincennes.

Toen Karel V een omheining om de stad liet bouwen werd het 4e arrondissement toegevoegd van de huidige Pont Royal (1685) tot Porte Saint Denis die Lodewijk de XIV liet afbreken om er de huidige boog te plaatsen.

 

 

Pont Royal is te bereiken met metrolijn 1 station Tuileries.

Porte Saint Denis is te bereiken met metrolijn13 station Saint Denis – Porte de Paris

 

 

Toen hertog Jan zonder Vrees in 1404 zijn vader Filips de Stoute opvolgde ging hij de strijd om Parijs aan. Hij won maar had de stad niet voor lang. Hendrik de vijfde veroverde Parijs weer. Ook niet voor lang want in 1418 was Parijs wederom voor Jan zonder Vrees terwijl het noorden van Frankrijk van Engeland bleef.

Jan bezit een huis aan de rue Mauconseil. Hij besluit dit herenhuis te verbouwen tot een bescheiden vesting.

Hij noemt de vesting Hotel de Bourgogne.

In de loop der tijd veranderde er wel wat. De straat heet nu rue Étienne Marcel en Hotel de Bourgogne werd een theater. Overigens wel een van de belangrijkste theaters van de 16e eeuw. Nadat het zijn functie als theater verloor kwam er een leerhandel in om daarna afgebroken te worden.

Maar als je over de rue Étienne Marcel (1e en 2e arrondissement) wandelt is het wel leuk om eens te kijken of je de toren van Hotel Bourgogne kan vinden. Hij staat er namelijk nog steeds.

 

 

 

 

 

 

 

De toren kan je bereiken met metrolijn 4 station Étienne Marcel

 

 

Hertog Jan zonder Vrees gaat de strijd tegen de Armagnac aanhangers aan. De Armagnacs worden na een bloederige strijd uit Parijs verdreven. Parijs is nu van de Bourguignons.

Hendrik V wil koste wat het kost Parijs veroveren.

De Parijzenaars zijn al het gedoe zat. Eind april 1413 komt het volk in opstand onder leiding van Caboche ‘de Kop’ die eigenlijk Simon Lecoustellier heet.

Zijn aanhangers noemen zich de Cabochiens.

Jan zonder Vrees gaat achter deze opstand staan en steunt de Cabochiens.

Zijn idee hierachter is om op de een of andere manier van ze af te komen en de macht te grijpen.

 

De maand mei van 1413 wordt een gewelddadige maand.

Ze bestormen, de Bastille. De Bastille wordt ingenomen. De gevangenen vermoord.

 

De rust keert weer.

 

 

 

 

Je kunt aan de bestrating van Place de la Bastille zien waar deze gestaan heeft.

Onder de grond in het metrostation kan je aan de oostzijde van perron lijn 5 ook nog delen van de vestingwerken tegen komen.

De bouw van de Bastille startte in 1370 onder regime van Karel V en was in 1387 klaar. Hij werd gebouwd om de toenemende criminaliteit onder controle te krijgen.

 

Je kan deze plek bereiken met metrolijn 5 station la Bastille

 

Het is een gewelddadige chaos in Parijs. De Cabochiens vermoorden iedereen die maar een kleine link heeft met de Armagnacs. Het gaat de Parijzenaars allemaal veel te ver. De Bourgignons vinden ze ook een slechte partij om hulp te vragen dus gaan ze toch maar zoveel mogelijk achter de Armagnacs staan. Deze verjagen, zich nu gesteund wetend, de Bourgignons en Jan zonder Vrees verlaat de stad.

Jan zonder Vrees ontmoet in het geniep de Engelse koning Hendrik V en zij verdelen onderling hun veroveringen en beloven geen oorlog met elkaar te maken. De Engelsen zullen Parijs aan de Bourgignons overlaten.

 

 

En dus gaat het voor Parijs maar door want in mei 1418 komen honderden Bourgondische soldaten via de Porte Saint Germain, 6e arrondissement metrolijn 4 station Saint Germain des Prés, Parijs binnenstormen.

Jans’ leger neemt het hotel Saint-Pol dat Karel V ooit liet bouwen, in.

Karel VI (Karel de waanzinnige) die op dat moment koning is, werd verstoten en ook zijn 15 jarige zoon, gered door provoost Tanguy du Chatel, verliet de stad.

Kroonprins Karel, een geheel andere persoonlijkheid dan zijn vader en zeker niet krankzinnig, maakt van Bourges zijn hoofdstad en verklaart dat hij de enige is die de macht heeft.

Hij verbiedt iedereen te gehoorzamen aan bevelen en wetten van het, zoals hij dat noemt, illegale regime in Parijs.

 

In Parijs is het inmiddels, natuurlijk alweer, een chaos.

Nadat Jan zonder Vrees door de provoost Tanguy du Chatel vermoord is ondertekend Karel V het verdrag van Troyes waarin vermeld staat dat koning Hendrik V opvolger zou zijn en kroonprins Karel hiermee was uitgeschakeld.

Hendrik V trouwt met de dochter van Karel VI en dus zus van kroonprins Karel.

Toen én Karel VI en Hendrik V kort na elkaar stierven werd de 10 maanden oude baby van Hendrik in Parijs uitgeroepen tot koning van Engeland en Frankrijk.

Regenten; Jan van Bedford en Humfred van Gloucester voerden uit zijn naam het bewind.

 

Kroonprins Karel VII probeert nog van alles om de macht te krijgen en wordt zelfs in 1437 nog Parijs binnengehaald als vorst maar hij verlaat al snel Parijs om vanuit Bourges oorlog te blijven voeren tegen de Engelsen. Toen Karel VII stierf nam zijn zoon Lodwijk XI het roer over.

 

 

 

 

 

Ook horen we rond deze tijd van de naam Jeanne d’Arc bijgenaamd de Maagd van Orleans.

Een jong meisje die een beslissende rol in de Honderdjarige oorlog speelt.

Jeanne hoorde stemmen die zeiden dat ze koning Karel VII moest gaan om samen met hem te strijden tegen de Engelsen.

Ze vroeg een graaf in Vaucolais om hulp. Van hem kreeg ze jongenskleren, een zwaard en een paard zodat ze niet op zou vallen en ze ging naar de koning die haar aarzelend toestond te helpen.

Op 6 mei 1429 begon het beleg van Orléans. Ze overwonnen.

Onder leiding van Jeanne volgden er meer overwinningen.

Jeanne vertrok naar Parijs om ook deze stad te veroveren maar hier stopte toch het succes.

In Parijs werd ze opgepakt door de Bourgondiers. Zij waren de Engelsen goedgezind en leverende Jeanne aan de Engelsen uit.

In 1431 werd ze op de brandstapel gedood.

Karel VII heeft nooit ook maar een hand uitgestoken om haar uit de klauwen van de Engelsen te redden.

Echter door haar inzet was het moreel van de troepen een stuk gegroeid en dus behaalden die troepen van Karel VII overwinning op overwinning.

In 1453 kwam de Honderdjarige oorlog na 116 jaar tot een eind in het voordeel van de Fransen.

Voor hen is Jeanne d’Arc altijd een volksheldin gebleven!

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de rue de Rivoli (1e arrondissement) vinden we een verguld beeld van Jeanne d’Arc terug.

 

 

 

 

 

 

 

Rue de rivoli is te bereiken met metrolijn 1 station Tuilleries en bus 27. 39, 68, 69, 72 en 95

 

 

 

Lodewijk XI bemoeit zich ook niet veel met Parijs.

Lodewijk voert wel oorlogen maar is meer een vorst van verdragen en bondgenootschap.

Lodewijk XI kan beschouwd worden als de grondlegger van de Franse eenheidsstaat. Lodewijk XI bevorderde de handel en de nijverheid maar vooral was hij de koning van de vele intriges. Zijn bijnaam was ‘de spin’ omdat hij overal webben spinde om zijn vijanden in verstrikt te laten raken.

Hij smeedde complotten en was erg wantrouwig.

Voor Parijs heeft hij niet veel betekend.

 

De tweede helft van de 14e eeuw wordt Parijs geteisterd door pestepidemieën en het bevolkingspercentage neemt flink af maar in de jaren van 1500 zal dit weer toenemen.

 

Wist u dat het verhaal van Victor Hugo, de klokkenluider van de Notre Dame zich afspeelt in de 15e eeuw?

De Rue Pavée was de eerste 15e eeuwse straat met straatstenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rue Pavée is te bereiken met metrolijn 1 station St. Paul

 

In Rue Francois Miron vindt u middeleeuwse vakhuizen op nummer 11 en 13. En op nummer 68 hebben 7 jarige Mozart en zijn familie een tijdje gewoond in Hotel de Beauvais. Het huis is gebouwd in Franse barokstijl voor Catherine Bellier barones de Beauvais. Zij was de hofdame van de Franse koningin Anna van Oostenrijk maar meer nog was zij de eerste maitresse van Lodewijk XIV. Zij

moest de toen 14 jarige koning wegwijs maken in het seksuele leven. Hun seksuele relatie duurde twee jaar.

 

Rue Francois Miron is te bereiken met metrolijn 1 station St. Paul

 

Hotel Beauvais is te bereiken met metrolijn1 station St. Paul

 

 

In de 16e en 17e eeuw werd er veel gebouwd in Parijs.

 

In 1528 voltooide Frans I de bouw van de stad en werd het Louvre omgebouwd en gerestaureerd.

Oude paleizen werden afgebroken en vervangen door nieuwe paleizen.

Hij liet in 1548 het prachtige Musée Carnavalet bouwen door graaf Jacques des Ligneris, waar nu de Parijse geschiedenis te bewonderen valt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Musée Carnavalet is te bereiken met metrolijn 8 station Chemin Vert of metrolijn 1 station St Paul

 

 

Frans I is een verslagen koning. Hij heeft de oorlogen in Italie verloren maar heeft wel de kennis van de renaissance meegenomen.

Aan Frans I hebben we te danken dat Leonardo da vinci naar Frankrijk kwam waar hij in kasteel Ambroise bij de Loire voor Frans ! ging werken Zo kwam na de dood van Frans I de Mona Lisa van Fontaineblue in het Louvre!

 

In die eeuw hingen er ook allemaal affiches in Parijs met leuzen van protestanten die een einde wilden maken aan het rooms katholicisme.

Er ontstaat een achtervolging op ‘die ketters’. Frans I houdt niet van goddelijke dwalingen zoals hij dit noemt, niks geen reformatie!

Hij laat 6 ketters op het plein voor de Notre Dame verbranden.

 

Catherine de’ Medici, vrouw van Hendrik II (zoon van Frans I) en moeder van opvolger Karel IX doet daar later nog een schepje bovenop als zij de strijder voor de rechten van de protestanten, de Hugenotenleider admiraal Gaspard de Coligny, laat vermoorden tijdens de Bartholomeusnacht (1572).

Het huis waar de Coligny woonde staat er niet meer sinds de Rue de Rivoli werd aangelegd.

Maar op nummer 144 hangt een bordje die aan de Coligny herinnert en in de Temple de l’Oratoire, de kerk die Napoleon later vrijgaf voor de protestante kerk, staat het standbeeld op de koorafsluiting.

 

Rue de Rivoli is te bereiken met metrolijn 1 station Hotel de Ville of Louvre Rue Rivoli.

Temple de l’Oratoire is te bereiken met metrolijn 1 station Louvre rue Rivoli

 

 

 

 

 

 

 

 

De godsdienststrijd blijft aan en wakkert helemaal aan als blijkt dat Hendrik III die geen kinderen heeft (hem werd verweten zwakbegaafd en homoseksueel te zijn omringd door mignons – mannen in vrouwenkledij) om hem op te volgen daarom genoodzaakt is de troon over te dragen aan hugenoot Hendrik van Navarra (Hendrik IV) die protestant is.

Hendrik II wordt vermoord en was hierbij de laatste koning van huis Vallois.

Hendrik IV (Huis Bourbon) wordt inderdaad koning en laat zich bekeren tot het katholicisme.

 

Hendrik IV ondertekent het edict van Nantes waardoor de Hugenoten vrijheid van godsdienst oefening krijgen maar werd door velen gezien als een gelegenheidsoplossing.

 

Hendrik IV vocht tegen de armoe. Hij richtte het arbeidsbureau voor werkelozen op.

De Pont Neuf, 238 meter en met 12 rondbogen, werd afgemaakt. (1578-1607)

 

 

 

Pont Neuf is bereikbaar met metrolijn 7 station Pont Neuf

 

Het Place des Vosges (voorheen Place Royale) werd ontworpen en er werd een begin met de bouw gemaakt. Lodewijk XIII zou het voltooien in 1612. Van hem werd er ook een standbeeld geplaatst.

 

 

 

 

 

 

 

Place des Vosges is bereikbaar met metrolijn 1 station St Paul

 

Hendrik IV wordt vermoord. Hij rijdt in zijn koets op weg naar hotel de l’Arsenal voor een ziekenbezoek aan minister Sully. Onderweg blokkeert Francois Ravaillac, een fanatiek katholiek de weg en steekt de koning in zijn buik.

Voor de Coeur Couronné aan de Rue Ferronnerie, het hotel waar hij toen naartoe gebracht werd is op het trottoir nog steeds de herinnering zichtbaar in de vorm van een ster en de wapens van de koning.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Coeur Couronné, Rue Ferronnerie is te bereiken met metrolijn1,4,7,11,14 station Chatelet

 

Ondanks de dertigjarige oorlog (een grootschalig Europees conflict) breidde Lodewijk XIII ( de rechtvaardige) de stad uit. Hij kreeg hierbij hulp van kardinaal Richelieu.

Er werd begonnen met de bouw van Pont Marie.

Lodewijk XIII legde zelf de eerste steen.

De brug lag echter midden in het schietveld van de kanonnen van de Notre Dame. Het duurde dus lang voordat er verkeer overheen mocht (1635).

 

 

 

De Pont Marie is te bereiken met metrolijn 7 station Pont Marie.

 

 

 

Tientallen kloosters werden gebouwd en kerken ingezegend en ter ere en uit dankbaarheid voor de komst van kleinzoon Lodewijk IV (Zonnekoning) 1638 werd, op bevel van zeer religieuze oma Anna van Oostenrijk, het Val de Grace (Vallei der Genade) gebouwd 1645-1667.

Val de Grace was niet alleen een kerk maar ook een hospitaal waar Benedictijner monniken zorg gaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Val de Grace is te bereiken met metrolijn RER B station Porte Royale.

 

 

 

Lodewijk IV was pas 5 toen zijn vader overleed. Moeder Anna van Oostenrijk werd regentes en gaf de macht aan kardinaal Mazarin.

Ze verhuisden van het Louvre naar Palais Royale.

 

Palais Royale heeft niet altijd zo geheten. Kardinaal Richelieu kocht een herenhuis bij het Louvre en liet het verbouwen tot Palais Cardinal.

Pas toen Anna van Oostenrijk met haar zoon Lodewijk IV er gingen wonen na de dood van de kardinaal en de toenmalige koning heette het Palais Royale.

 

 

 

 

 

Palais Royale is te bereiken met metrolijn 7 station Palais Royale.

 

Parijs was niet blij met kardinaal Mazarin. Ze vonden dat ze tvel belasting moesten betalen, dat er daardoor teveel armoede was en dat er teveel oorlogen werden gevoerd.

De bevolking kwam dus in opstand la Fronde (wat slinger betekent).

De opstand bestond uit twee fasen en partijen; de parlementen en de edelen.

Deze opstand bleef lang in Lodewijks gedachten en het zorgde ervoor dat hij ze later minder macht zou schenken.

Lodewijk begon in 1661 aan zijn ambt na de dood van Mazarin en weer in het Louvre wonen dat hij drastisch liet verbouwen.

Lodewijk was 72 jaar koning en daarmee had hij de langst beschreven heerschappij.

 

Ook Lodewijk IV liet veel bouwen in zijn tijd. Veel werken zijn aan hem te danken.

Place Vendome – toen Place Conquetes – is een achthoekig plein.

Veel gevels zijn nu historische monumenten.

Pas in 1810 liet Napoleon bonaparte er een zuil op plaatssen.

 

Place Vendome is te bereieken met metrolijn1,3, 7, 8, 12 station Opéra, Pyramides, Madeleine of Tuileries.

 

Place des Victoire en Place des Invalides komen ook uit het brein van Lodewijk IV.

Place des Victoires (overwinningsplein) is een klein rond plein dat als entourage voor het standbeeld van Lodewijk zelf is gebouwd.

Place des Invalides tegenwoordig l’Esplanada des Invalides is 32 800 m² lang en 500 meter breed

 

 

 

Place des Victoires is bereikbaar   l’Espalanada des Invalides is bereikbaar

met metrolijn 3,4,7,14 station     met metrolijn 8 station Invalides.

Bourse, Pyramides en Étienne

Marcel.

 

Jardin des Plantes is ook een bedenksel van Lodewijk IV. Moeilijk te bedenken dat hij vele arbeiderswoningen hiervoor liet afbreken zonder de arbeiders een nieuwe woning te verschaffen.

Het is een botanische tuin die in de tijd van Lodewijk IV ‘Jardin du Roi’ heette. Hij liet de tuin op aandringen van zijn lijfartsen aanleggen.

Pas later kwam er een dierentuin en museum bij. Ook zijn de resten van het labyrint nog te bewonderen.

De oudste boom dateert uit 1734.

 

Jardin des Plantes is te bereiken met metrolijn 5, 7 en 10 station Austerlitz, Censier Daubenton en Jussieu of Austerlitz

 

 

Als Lodewijk IV de vele invalide inwoners van Parijs ontdekt wil hij maar één ding, deze mensen uit het centrum van zijn praal en pracht laten verwijderen.

Maar ze moeten wel goed weggestopt worden. Ze hebben tenslotte voor het land, voor de stad gevochten.

Nu wil dat de gebouwen aan de plaine de Grenelle net klaar zijn. Hij laat deze per koninklijk besluit inrichten als gebouw voor alle officieren en soldaten, invalide en oud met voldoende middelen voor bestaan en verzorging.

Dit is de Hotel des Invalides 1674.

Ook gaf de koning opdracht tot het bouwen van een privé kapel voor de koninklijke familie; de Dome des Invalides.

Ook werd er een kerk gebouwd de Cathédrale de Saint Louis des Invalides of Église de Dome. Het schip van deze kerk was de soldatenkerk en de priesterkoor, koepelkerk genaamd was voor de priesters.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Dome des Invalides is te bereiken met metrolijn 8 station Invalides

 

 

Voor een van zijn dochters liet de koning het Palais Bourbon bouwen. Tegenwoordig is daarin het Assemblé Nationale (Nationale Vergadering/Lagerhuis) gevestigd.

De Vergadering bestaat uit 577 leden.

 

 

 

 

 

Er is zoveel gebouwd in de tijd van de Zonnekoning. Omdat hij zich beschouwde als de beschermheer van de kunsten. Er kwamen dus ook dans- en muziekscholen, literaire salons en theateracademies.

Hoe mooi de stad ook werd, het ging wel over de hoofden van velen Parijzenaars. De armoede was groot.

De koffie die ineens in vele cafés wat gewilde ontmoetingsplaatsen waren was niet voor de armen. De feesten van de koning kosten veel geld terwijl de burger nauwelijks van het vuurwerk kon mee genieten.

Pracht en praal tegenover diepe armoede.

Als de Zonnekoning zich in 1671 in paleis Versaille vestigt heeft Parijs 450.000 inwoners tegenover, schrik niet, 45.000 woningen.

Er sliepen meer mensen onder de bruggen dan in een bed.

Het feit dat de koning prachtige straatlantaarns liet plaatsen nam het leed niet weg.

 

Toen de Zonnekoning in 1715 stierf werd hij opgevolgd door zijn 5 jaar oude achterkleinzoon Lodewijk XV. Alle andere mogelijke troonopvolgers waren reeds gestorven.

 

Lodewijk XV kreeg de bijnaam “le Bien-Aimé”, ‘de geliefde’.

Aan hem hebben we de straatnaambordjes in Parijs te danken.

Maar de koning bleef niet geliefd want na verloop van tijd, na kennis van de losbandigheid van het hof en een aantal politieke beslissingen waarmee men het niet eens was (tijdens de zevenjarige oorlog verloor hij koloniën in Canada, de Caribische Zee en India aan Engeland) , was de liefde voor Lodewijk XV snel over.

 

De armoede bleef aan en in 1720 werden maar liefst 6000 baby’s te vondeling gelegd. De stad kwam steeds meer in de ban van revolutionaire ideeën.

 

Lodewijk is de grondlegger van de moderne stadsarchitectuur.

In 1758 startte hij werkzaamheden aan Place de la Concorde, daarna Theatre l’Odéon, École Militaire en de Champs des Mars.

 

Place de la Concorde (eendrachtsplein) is een open achthoek. Het plein werd eerst naar Lodewijk XV genoemd. Zijn ruiterstandbeeld stond in het midden.

Tijdens de revolutie heette het plein Place de la Révolution en werd het standbeeld vernield.

Het werd vervangen door het beeld van de Vrijheid en er kwam een guillotine op het plein.

 

 

 

 

 

Place de la concorde is te bereiken met metrolijn , 8 en 12 station de la Concorde.

 

Theatre l’Odéon is gebouwd om de Franse Staatstheater Comédienne Paris in te huisvesten. Marie Antoinette opende het theater in 1782.

 

 

Theater l’Odéon is te bereiken met metrolijn 4 en 10 station Odéon

 

 

Het Champs des Mars kennen we nog uit de veldslagtijd van de Romeinen toen het nog de vlakte van Grenelle heette.

De École Militaire en de Eifeltoren grenzen hieraan.

De École Militaire werd door Lodewijk opgericht om 500 zonen van verarmde officieren op te leiden.

Architect Gabriel maakte van de moerasvlakte een prachtige tuin om militairen te laten oefenen.

In 1783 en 1784 stegen hier de heren Blanchard en Charles op in een hete lucht ballon.

 

 

 

 

 

Het Champs de Mars en École Militaire zijns te bereiken met metrolijn 8 la Motte-Picquet – Grenelle en École Militaire

 

 

 

Toen Lodewijk XVI aan de macht kwam was de schatkist leeg en Parijs er slecht aan toe.

De luxe van de stad was veranderd, de armoede van de mensen niet.

De meest normale dingen als brood waren voor de gewone mens niet te betalen.

Het broeide….het rommelde.

In 1789 kwam Parijs in opstand.

DEsmoulins, Marat, Danton, Hébert en Robespierre pakte de wapenen en bestormden de Bastille.

Het koninklijk gezin werd verbannen naar de Tuilerieen.

Kloosters werden leeggeroofd.

De revolutie was net zo snel voorbij als dat deze begonnen was.

De koning werd echter onthoofd op Place de la Concorde.

 

Toen verscheen Napoleon Bonaparte ten tonele.

Het leger had een ijzeren greep op Parijs.

Zijn staatsgreep lukt door de enorme onverschilligheid van het volk.

En in 1804 riep hij zichzelf uit tot keizer Napoleon I en kroonde zichzelf in de Notre Dame.

 

De oorlogen gingen door en Napoleon plunderde Europa.

Napoleon was degene die de stad vol liet bouwen met monumenten om al die overwinningen te vieren.

Zo kwam de pilaar op de Place de Vendome en kwamen de bruggen St Louis, Austerlitz en Iéna. De Rue Tivoli stamt ook uit die tijd.

 

Pont St Louis verbind Ile de la Cité met Ile Saint Louis.

 

 

 

Pont St Louis is te bereiken met metrolijn 4 station Pont St Louis.

 

 

 

 

 

 

Pont Austerlitz verbind de Rue Faubourg-Saint Antoine met Jardin des Plantes.

 

 

 

 

Pont ‘d Austerlitz is te bereiken met metrolijn 10 Gare d’Austerlitz

 

 

 

Pont Iéna ligt tussen de Eifeltoren en Trocadéro.

 

 

Pont Iéna is bereikbaar met metrolijn 9 station Iéna

 

 

Er werden grootse gebouwen gebouwd; de Arc de Triomphe, Place de l’Etoile en het Madeleine.

 

De Arc de Triomph werd gebouwd als teken van de overwinning op Austerlitz. In 1806 werd ermee begonnen. In 1836 was men klaar.

Chalgrin was de ontwerper.

De Place de l’Étoile (ster) is het plein om de Arc heen. Nu heet het eigenlijk Place Charles de Gaulle. Heel vroeger heette het Butte Chaillot. Er komen twaalf wegen uit op het plein.

 

 

 

 

Arc de Triomph en Place de l’Étoile zijn bereikbaar met metrolijn 1,2 en 6 station Charles de Gaulle Étoile

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: http://translate.google.nl/translate?hl=nl&sl=en&u=http://en.wikipedia.org/wiki/Nanterre&prev=/search%3Fq%3Dnanterre%26biw%3D1231%26bih%3D580

 

Bron: http://hetparijsvanisis.wordpress.com/2013/07/14/sequana-de-riviergodin-van-de-seine/

 

Bron: Metronome van Lorànt Deutsch 2013 uitgeverij Rap